Arbeidsuitbuiting43 , onderbetaling44 , illegale tewerkstelling45  en fraude met uitkeringen komen in de risicoanalyse naar voren als belangrijke risico’s die blijvend aandacht nodig hebben. De afgelopen jaren is het aantal meldingen bij de Inspectie en het aantal (mogelijke) slachtoffers van arbeidsuitbuiting en onderbetaling toegenomen. Verreweg de meeste geregistreerde slachtoffers van onderbetaling en arbeidsuitbuiting werken in de uitzendbranche of in de agrarische en groene sector.46

Tussen 2013 en 2015 trof de Inspectie meer mensen met een uitkering aan op werkplekken dan voorgaande jaren. Zwartwerken of grijswerken met een uitkering treft de Inspectie met name aan in sectoren als de schoonmaak, horeca en detailhandel.47  Ook niet-naleving van de CAO scoort voldoende hoog in de risicoanalyse om een plaats te krijgen in de programmering.

De genoemde risico’s komen in verschillende programma’s van de Inspectie aan de orde. Zo werkt een aantal programma’s samen om arbeidsuitbuiting, oneerlijk werk, schijnconstructies en fraude te bestrijden. De risico’s die verbonden zijn aan het werken in de platformeconomie zullen specifiek aandacht krijgen in het programma Schijnconstructies, cao-naleving en fraude. Daarnaast wordt in de uitzendsector een project gericht op de distributiecentra.

Er zijn specifieke programma’s die zich richten op sectoren waar vormen van oneerlijk werk een groot risico zijn. Denk aan agrarisch en groen, horeca en detailhandel, schoonmaak, zorg, en bouw. Deze programma’s hebben een aantal doelen gemeen:

  • Het terugdringen van slecht werkgeverschap, inclusief de opsporing bij zware overtreders.
  • Het versterken van de naleving van de WML, WAV, ATW, Waadi en de WagwEU.
  • Het vergroten van de kennis over eerlijk werk bij goedwillende werkgevers.
  • Het faciliteren van de samenwerking met branches, sociale partners en andere partijen en stimuleren van het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor eerlijk werk door werkgevers en branches.

Er wordt de komende jaren ook een herkenbaar programma ingericht voor de meldingen en signalen van burgers en stakeholders op het terrein van oneerlijk werk, het programma Meldingen en preventie oneerlijk werk. Binnen het programma wordt  afgewogen welke meldingen nader onderzoek vereisen en het programma koppelt de bevindingen terug aan individuele melders.

Kenmerkend voor oneerlijk werk is dat er geen goed zicht is op de omvang ervan. Hiervoor ontwikkelt de Inspectie een Monitor Eerlijk werk. Deze monitor heeft als doel risicosectoren en bedrijven te identificeren en het aantal overtreders beter in te schatten.

43Kenmerkend voor arbeidsuitbuiting zijn factoren als onderbetaling, lange werktijden, slechte huisvesting, intimidatie en fysieke/psychische druk, die het slachtoffer meervoudig afhankelijk maken.

44Er is sprake van onderbetaling als werknemers minder betaald krijgen dan is vastgelegd in de Wet minimumloon
  en minimumvakantiebijslag (WML). Het begrip werknemers slaat hier niet alleen op personen met een officieel
  arbeidscontract.

45Inspectie SZW, Naslagwerk integrale risicoanalyse, 2017.

46Inspectie SZW, Staat van eerlijk werk, 2017.

47Inspectie SZW, Jaarverslag 2015, 2016.