Dit programma monitort de ontwikkelingen en signaleert en agendeert risico’s in het functioneren van de uitvoering van de sociale zekerheid. Dit gebeurt door middel van een brede monitor op klant- en uitvoeringsniveau. Het programma Toezicht SUWI en sociaal domein verkent tevens in hoeverre geautomatiseerde beslisregels binnen de keteninformatiesystemen in geval van foutieve of verouderde registreerde persoonsgegevens tot fouten kunnen leiden, met als gevolg onjuiste uitkeringsverstrekking door gemeenten, het UWV en de SVB.

Daarnaast richt het programma zich op de uitvoering van de decentralisaties door gemeenten. Dit wordt gedaan door deelname aan Toezicht Sociaal Domein, waarin verschillende rijksinspecties samenwerken. De activiteiten van het Toezicht sociaal domein richten zich op SUWI-taken in samenhang met zorg-, onderwijs- en andere decentrale taken. Tot slot houdt het programma zich op verzoek van de minister en/of de staatssecretaris bezig met het uitvoeren van onderzoeken op het terrein van werk en inkomen.

Uit Jaarplan 2019

Ruim 1,4 miljoen mensen zullen in 2019 een beroep doen op de voorzieningen in het sociale zekerheidsstelsel. Het gaat daarbij om circa 24,5 miljard euro aan bijstands-, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Daarnaast gaat het om 2,7 miljard euro re-integratie- en participatieactiviteiten voor arbeidsongeschikten en integratie-uitkeringen in het sociaal domein.

De groepen die met deze gelden en activiteiten worden bereikt zijn kwetsbaar en leven niet zelden rondom het bestaansminimum. Het gaat ook om mensen die ondanks werk toch structureel beneden het bestaansminimum (dreigen te) raken, mensen met schulden en vluchtelingen met een verkregen verblijfstatus. Aandacht voor hun bestaanszekerheid en participatie vormen een blijvende opgave; in de eerste plaats voor gemeenten en het UWV, maar daarnaast ook voor de Inspectie als signalerende toezichthouder.

Binnen het sociaal domein moet de kwetsbare burger in samenhang de benodigde zorg, hulp en ondersteuning krijgen op de terreinen gezondheidszorg en jeugd, onderwijs, veiligheid, en werk en inkomen. Het gaat met name om burgers die met meerdere – soms elkaar versterkende – problemen kampen. Het Rijksbeleid is erop gericht dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en dat mensen zoveel mogelijk zelfredzaam kunnen zijn en de regie over hun eigen leven kunnen voeren.

Eigen kracht en werkzame lokale/buurt sociale netwerken zijn belangrijke uitgangspunten. Het samenhangende aanbod waarop de gemeente stuurt en regisseert sluit aan op de eigen mogelijkheden van mensen met zorg- en andersoortige problemen. In het gezamenlijke toezicht op het sociaal domein beoordelen de inspecties in hoeverre deze samenhangende ondersteuning tot stand komt.

Beoogd maatschappelijk effect

Onderzoek op dit terrein en communicatie daarover moeten bijdragen aan de bevordering van de financiële zelfredzaamheid van kwetsbare groepen en aan een effectievere uitvoering van participatie en re-integratie van kwetsbare groepen. Toezicht sociaal domein is gericht op het bijdragen van de gezamenlijke Rijksinspecties* aan een betere werking van het sociaal domein. Daarbij geven de samenwerkende Rijksinspecties inzichten en adviezen aan betrokken instanties en betrokken bewindspersonen.

Beoogd resultaat in 2019

Inzicht in knelpunten en mechanismen in de uitvoering, en handvatten ter verbetering van de uitvoering en ter informatie van bewindspersonen SZW over:

  • de manier waarop statushouders door gemeenten worden ondersteund en over problemen met hun financiële zelfredzaamheid;
  • de uitvoering van de schuldhulpverlening;
  • de uitvoering van beschut werk (evaluatie op verzoek); en
  • de manier waarop het UWV oud-Wajongers met arbeidsvermogen ondersteunt bij participatiebevordering.

Naast de uitvoering van de risicogerichte onderzoeken zal de Inspectie in 2019 voor de derde maal een brede klantmonitor afronden onder mensen uit de doelgroep van de participatiewet. Hiermee wordt de ervaring en waardering van klanten met de dienstverlening van gemeenten in kaart gebracht. Met de resultaten van deze monitor kunnen de gemeenten hun dienstverlening op concrete punten optimaliseren.

Voor de hierboven genoemde stelselonderzoeken wordt gestreefd naar:

  1. Een goed bereik van inspectieresultaten bij relevante partijen.
  2. Het onderkennen van de onderzoeksresultaten en inspectieoordelen door relevante partijen.
  3. Het maken van concrete afspraken met partijen of toezeggingen tot verbetering van processen door uitvoeringspartijen en – wanneer nodig – door de minister van SZW.

De Inspectie heeft als verantwoordelijk toezichthouder op (de effecten van) het uitvoerend stelsel een signalerende rol voor politiek en beleid. Daarnaast bieden inspectierapporten met inzichten en oordelen over de werking van het stelsel handvatten aan de stelselpartijen, zoals het UWV, de SVB en de colleges van B&W van gemeenten. Zo kunnen de uitvoering van de Participatiewet en de werking van het stelsel van werk en inkomen worden verbeterd en burgers met financiële- en participatieproblemen beter worden bediend.

De uitkomsten van de in samenwerking uitgevoerde onderzoeken leiden zichtbaar tot concrete toezeggingen door de relevante stelselpartijen en de daarbinnen aangewezen verantwoordelijken – inclusief bewindspersonen – om zo verbeteringen mogelijk te maken.

Aanpak in 2019

De Inspectie doet onderzoek en voert over de opzet en het verdere verloop overleg met betrokken partijen. Daarnaast communiceert zij zo breed mogelijk over onderzoeksresultaten. Ze doet dit onder meer door het organiseren van of meedoen aan congressen, seminars, focusgroepen en workshops, waarbij ook aandacht is voor het delen van goede voorbeelden. Binnen het samenwerkingsverband toezicht sociaal domein levert de Inspectie capaciteit voor projecten op het gebied van participatie en inburgering van statushouders.

Binnen toezicht sociaal domein voeren de vier deelnemende inspecties onderzoek uit naar de problematiek van uitstroom van jongvolwassenen uit het voorgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en entreeopleidingen met of zonder diploma, die niet participeren in de maatschappij (‘Participatie zonder startkwalificatie’). Daarnaast werken de inspecties binnen TSD aan de in 2019 te verwachten rapportages over ‘De integrale aanpak van integratie van statushouders’, ‘Mensen met verward gedrag’ en ‘Het lokale netwerk na Veilig Thuis’.

Samenwerking in 2019

De Inspectie werkt bij het opzetten van onderzoek samen met organisaties als het UWV, de SVB, Divosa en andere maatschappelijke organisaties. Doel hierbij is het verbeteren van de financiële zelfredzaamheid van kwetsbare groepen. Daarbij sluit de Inspectie aan bij lopende activiteiten van ketenpartijen, bijvoorbeeld op het gebied van de aanpak en preventie van schuldenproblematiek. Vanuit het oogpunt van beperking van toezichtlasten gebruikt de Inspectie beschikbare relevante informatie bij ketenpartijen en past daar haar eigen onderzoeksaanpak op aan.

Psychische problemen bij aanvraag arbeidsongeschiktheidsuitkering onderbelicht

Momenteel kampt bijna de helft van de werknemers, die langer dan twee jaar ziek zijn en een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen, met psychische problemen. De behandeling en verzuimbegeleiding van deze werknemers in de periode voorafgaand aan de aanvraag van zo’n uitkering is niet optimaal. Toch is er bij ontwikkelingen en verbeteringen van de beoordeling van de uitkeringsaanvragen weinig specifieke aandacht voor psychische problematiek. Dit concludeert de Inspectie SZW in een op 15 oktober gepubliceerd onderzoeksrapport.

Psychische problemen bij werknemers zijn vaak complex en gaan gepaard met andere lichamelijke of sociale problemen. Dat maakt de herkenning en de aanpak van deze problemen lastig. Voor goede dienstverlening aan deze mensen is goede communicatie tussen behandelaars, arbeidsdeskundigen, bedrijfs- en verzekeringsartsen essentieel. Hoewel UWV diverse maatregelen heeft getroffen om beoordeling en toetsing van re-integratietrajecten en uitkeringsclaims te verbeteren, is hierin nog te weinig aandacht voor psychische problematiek. De Inspectie zag geen maatregelen om de communicatie tussen professionals te verbeteren. Ook concludeert de Inspectie dat verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bij de claimbeoordeling weinig aandacht hebben voor de voorspelling van het herstel. Dit geldt ook voor gedragsbeïnvloeding van de cliënt om re-integratie te bevorderen.

Werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn, kunnen een beroep doen op een (gedeeltelijke) uitkering via de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het uitgangspunt van de WIA is dat mensen zo veel mogelijk deelnemen aan het arbeidsproces. Daarbij kijkt het UWV vooral naar wat iemand nog wel kan en niet naar wat niet meer kan. Ook toetsen een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV het voortraject; was de inspanning van werkgever en werknemer om weer aan het werk te gaan voldoende?

*Dit betreft: Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Inspectie van het Onderwijs en Inspectie Justitie en Veiligheid, georganiseerd in het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein.