De Inspectie streeft ernaar bij alle keuzes op strategisch, tactisch en operationeel niveau zoveel mogelijk gebruik te maken van beschikbare informatie en data uit de eigen organisatie, kennisinstellingen en andere partijen.

De Inspectie doet dit bij de keuze van maatschappelijke thema’s, de aan te pakken risico’s, het effectief inzetten van instrumenten en de vormgeving van programma’s. De keuze voor individuele bedrijven die de Inspectie bezoekt, is ook gebaseerd op gerichte analyses. De beschikbare middelen en menskracht worden op deze wijze ingezet voor een maximaal maatschappelijk effect van het werk.

De Inspectie wil bovendien de informatiewaarde van klachten, meldingen en signalen maximaal benutten. Niet alleen om op basis daarvan - indien nodig - actie te kunnen ondernemen, maar ook om de informatie te verwerken in de actieve programmering. Relevante ontwikkelingen uit de toezicht- en opsporingspraktijk worden door de inspectie gesignaleerd aan ministeries of mede overheden op ambtelijk of bestuurlijk niveau. Voor eerlijk werk houdt de Inspectie de komende jaren rekening met meldingen op grond van de meldplicht in het kader van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU (WagwEU). Deze meldingen zullen inzicht geven in de tewerkstelling van werknemers uit andere EU-lidstaten.