Bij elk infrastructureel project koppelt het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam expertise aan uitvoering. Om ervoor te zorgen dat de veiligheid en gezondheid van de uitvoerders bij deze projecten vanaf het begin goed zijn geregeld, richtte het bureau een eigen Kenniscentrum VG&M (Veiligheid, Gezondheid & Milieu) op.

‘Op twee omvangrijke Rotterdamse projecten - de renovatie van de Maastunnel en de conservering van de Willemsbrug - ontvingen we in 2017 van de Inspectie SZW aanwijzingen om de veiligheid van de werknemers te verbeteren’, vertelt Anand Raghoenath, projectleider civiele constructies en adviseur marktbenadering. ‘Van deze aanwijzingen zijn wij geschrokken. Wij waren ervan overtuigd dat wij voldoende invulling gaven aan onze verantwoordelijkheid. Het heeft ons aan het denken gezet, en daarom hebben wij een kenniscentrum opgezet om de veiligheid en gezondheid structureel te verhogen.’

Kenniscentrum

Raghoenath’s afdeling kreeg van het management de opdracht een kenniscentrum op te richten. ‘Dat is een team geworden van acht experts: adviseurs en deskundigen op het gebied van veiligheid, projectmanagement en milieu. In principe kan men voor alle onderwerpen op het gebied van veiligheid en gezondheid bij ons terecht. Ook milieu hebben we in ons kenniscentrum geïntegreerd, aangezien milieuaspecten bij al onze projecten vaak een rol spelen.’

Audits

Om te beginnen maakte het kenniscentrum een rondje langs verschillende afdelingen, om uit te leggen wat er komt kijken bij veilig en gezond werken aan projecten. Bovendien voerde het kenniscentrum zes audits uit bij Rotterdamse projecten in uitvoering. ‘We schrokken van de resultaten’, vertelt Raghoenath. ‘Want geen enkele audit voldeed aan de eisen die aan veilig en gezond werken worden gesteld. Daarom heeft het management middelen vrijgemaakt om de aanwezige kennis naar een hoger niveau te tillen. We onderzoeken nu hoe we de kennis over veilig en gezond werken bij projectleiders, ontwerpleiders en projectvoorbereiders kunnen verhogen, en in de tussentijd gaan we op pad.’

Ander denkpatroon

"Het gaat kortom om een ander denkpatroon: om intrinsiek gemotiveerde aandacht voor veilig en gezond werken bij ontwerp en opdracht."

Op 6 december 2018 organiseerde het kenniscentrum een workshop. Raghoenath: ‘We hebben alle ontwerpleiders van het Ingenieursbureau geconfronteerd met hun huidige werkwijze. Medewerkers van veiligheidsinstituut Aboma gaven een presentatie over het belang van veilig ontwerpen. Vervolgens hebben we een praktijkoefening gedaan en een project bezocht. Twee weken later hebben we met de ontwerpleiders geïnventariseerd welke tools ze nodig hebben om hun werk beter te kunnen doen. Dat is echt nodig. Onze ontwerpleiders zijn weliswaar zeer ervaren en technisch onovertroffen, maar realiseren zich nog onvoldoende dat zij verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde werkomgeving. Het gaat kortom om een ander denkpatroon: om intrinsiek gemotiveerde aandacht voor veilig en gezond werken bij ontwerp en opdracht.’

Vroege betrokkenheid

Dat betekent onder meer dat ontwerpleiders direct gekoppeld zijn aan een veilig ontwerp en een veilige uitvoering. En dit kan betekenen dat het ontwerp wordt aangepast, dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoerbaarheid, of dat er gewerkt wordt aan de randvoorwaarden.

‘Als opdrachtgever hebben wij de verantwoordelijkheid om partijen bij elkaar te brengen en toe te zien op veilig en gezond werken’

Alus Raghoenath. ‘Daarom worden we in een vroeg stadium betrokken bij het ontwerpen en zitten we aan tafel met architecten, projectontwikkelaars en stedenbouwkundigen. Bovendien gaan we aannemers actiever informeren en bevragen.’

Vroege betrokkenheid

Dat betekent onder meer dat ontwerpleiders direct gekoppeld zijn aan een veilig ontwerp en een veilige uitvoering. En dit kan betekenen dat het ontwerp wordt aangepast, dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoerbaarheid, of dat er gewerkt wordt aan de randvoorwaarden. ‘Als opdrachtgever hebben wij de verantwoordelijkheid om partijen bij elkaar te brengen en toe te zien op veilig en gezond werken’, aldus Raghoenath. ‘Daarom worden we in een vroeg stadium betrokken bij het ontwerpen en zitten we aan tafel met architecten, projectontwikkelaars en stedenbouwkundigen. Bovendien gaan we aannemers actiever informeren en bevragen.’

Vergaande verantwoordelijkheid

Heeft Raghoenath nog tips voor andere gemeenten? ‘Ik zou zeggen: houd jezelf een spiegel voor en onderzoek wat je zelf kunt doen aan veilig en gezond werken. Ik heb namelijk het idee dat dit nog niet hoog op de agenda staat. En gemeenten moeten zich goed realiseren dat zij in hun eigen projecten op dit gebied een vergaande verantwoordelijkheid dragen.’