Jaarlijks overlijden in Nederland 3000 mensen nadat ze op hun werk werden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. ‘Heel weinig bedrijven zijn zich hiervan bewust. Ook ontbreekt het bij bedrijven vaak aan goed beleid op dit terrein’, ziet Jan Popma, onderzoeker bij de Inspectie SZW en auteur van een proefschrift over de rol van ondernemingsraden op het gebied van arbeidsomstandighedenbeleid.

Voor die ondernemingsraden ziet Popma een belangrijke rol weggelegd binnen het programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen, dat loopt vanuit de Inspectie. Het programma heeft onder andere als doel organisaties bewust maken van de risico’s van het werken met dergelijke gevaarlijke stoffen en - waar mogelijk - deze stoffen vervangen.

Kankerverwekkende stoffen

Zowel kleine bedrijven als grote industriële complexen werken met gevaarlijke stoffen zoals oplosmiddelen, chroom en formaldehyde. Regelmatig komen ook kankerverwekkende stoffen vrij tijdens het werk. Denk aan houtstof, dieselrook, kwartsstof, lasrook of meelstof. ‘De aandacht van de politiek en de media gaat nu nog vooral uit naar explosies en omvangrijke emissies in grote bedrijven’, vertelt Popma.

'Grote incidenten worden opgepakt door actualiteitenprogramma’s en leiden zo tot Kamervragen en politieke aandacht. Maar door dit soort calamiteiten overlijden in Nederland “slechts” zo’n vijf mensen per jaar. Terwijl uit onderzoek van het RIVM blijkt dat een veel hoger aantal mensen overlijdt aan kanker en werkgerelateerde longaandoeningen als gevolg van langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen.’

Onzichtbare oorzaak

Bedrijfsartsen - en zeker huisartsen - zien de relatie tussen bijvoorbeeld kanker en de werkvloer meestal niet. ‘Veel mensen worden pas ziek nadat ze gepensioneerd zijn en dan zijn ze voor bedrijven sowieso uit beeld’, ziet Popma.

‘Werknemers met COPD, een chronische longziekte die ook door stoffen kan worden veroorzaakt, werken meestal gewoon door, en komen dus ook niet bij de bedrijfsarts. Zo wordt nóch bij kanker nóch bij werkgerelateerde longaandoeningen de relatie met het werk gelegd.’

Te weinig afdoende maatregelen

Bedrijven zijn verplicht om de hoeveelheid giftige stoffen op de werkplek te meten. Er moet een risico-inventarisatie zijn, een lijst met welke stoffen er aanwezig zijn en ook moeten grenswaarden zijn vastgesteld: het ‘plafond’ waarboven de hoeveelheid van een stof gevaarlijk wordt.

Popma: ‘Maar in de praktijk gebeurt dat allemaal zelden. Het verplichte aanvullende onderzoek bij werken met gevaarlijke stoffen, voert bijna geen enkel bedrijf volledig uit. Slechts tien procent van de bedrijven met gevaarlijke stoffen maakt een goede risicobeoordeling.’

Gezichtsmaskers versus baard

Dat betekent niet dat bedrijven helemaal geen maatregelen nemen om blootstelling te verminderen. Maar de maatregelen die bedrijven wél nemen, zijn vaak niet afdoende. Popma: ‘Vaak gaat het om persoonlijke beschermingsmiddelen zoals gezichtsmaskers. Maar die zijn vaak onaangenaam in het gebruik. En als een werknemer bijvoorbeeld een baard heeft, sluit zo’n masker niet goed aan en ademt hij de stoffen toch in.’

De focus zou moeten liggen op andere oplossingen, vindt Popma. ‘Bijvoorbeeld op de vraag welke stoffen je als bedrijf vervangt. Voor kankerverwekkende stoffen is dit ook een wettelijke verplichting. Of denk aan technische maatregelen, zoals goede afzuiging of het technisch ontwerp van installaties.'

'Je moet niet de mens aanpassen aan het werk, maar het werk aanpassen aan de mens'

Hoewel er inmiddels redelijk veel aandacht bestaat voor de gevaren van acuut toxische of explosieve stoffen, is het bewustzijn ten aanzien van chronische blootstelling nog lang niet groot genoeg. Een manier om het bewustzijn te vergroten, is door aandacht te creëren bij ondernemingsraden, zegt Popma.

‘Er zijn ongeveer 15 duizend ondernemingsraden. Als die allemaal actief zouden checken hoe hun bedrijf met de risico’s van gevaarlijke stoffen omgaat, zouden ze ons kunnen tippen en kunnen we gerichter inspecteren.’

Ga het gesprek aan

Ook kunnen ondernemingsraden meer gebruik maken van informatie die aanwezig is - of zou moeten zijn - binnen bedrijven. ‘Aan mensen die in een OR zitten, adviseer ik: vraag naar de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E), de stoffenlijsten en de blootstellingsbeoordeling van je bedrijf. En ga het gesprek aan met de bedrijfsarts of de arbeidshygiënist.’

Zelfinspectietool

Benieuwd of uw bedrijf de juiste maatregelen heeft getroffen? Check het met de Zelfinspectietool Gevaarlijke Stoffen.