Ieder jaar lopen duizenden mensen kanker op doordat ze op hun werk aan kankerverwekkende stoffen zijn blootgesteld. Dat cijfer moet omlaag: de overheid wil dat bedrijven actief zoeken naar mogelijkheden om deze stoffen te vervangen. Als hulp hierbij bracht de Inspectie SZW de “Handreiking Vervangingsverplichting kankerverwekkende stoffen” uit.

Naar schatting worden vijf- tot tienduizend mensen per jaar ziek door kankerverwekkende stoffen. Denk aan stoffen in lijm of verf, of producten zoals cytostatica (die in geneesmiddelen worden verwerkt).

Jeroen Terwoert, specialist arbeidshygiëne bij de Inspectie SZW: ‘Volgens de wet is het verplicht om deze stoffen te vervangen, als dat tenminste technisch uitvoerbaar is. Op z’n minst zijn bedrijven verplicht om actief te zoeken naar vervanging.’

'Hoe ver reikt de verplichting voor bedrijven?'

Het stappenplan

Maar wat betekent dit alles in de praktijk voor bedrijven? En hoe ver reikt de verplichting? De handreiking heeft de vorm van een stappenplan, met daarin een aantal vragen die een werkgever zich achtereenvolgens zou moeten stellen. Bij iedere stap staan een aantal subvragen, met bijbehorende suggesties en links naar meer informatie.

Hoe produceert het bedrijf?

Afhankelijk van de soort stof die een bedrijf produceert, staan er drie verschillende stappenplannen in de handreiking. Terwoert: ‘Het kan gaan om een bedrijf dat de stof als eindproduct (of een onderdeel daarvan) produceert. Denk bijvoorbeeld aan vinylchloride, een grondstof voor PVC-kunststof. Of het gaat om een stof die het bedrijf als processtof of hulpstof gebruikt, zoals verf, lijm of reinigingsmiddelen.

Tenslotte zijn er bedrijven die iets produceren waarbij in het proces onbedoeld kankerverwekkende stoffen vrijkomen (een ‘proces-emissie’), zoals dieselmotoremissie die vrijkomt bij het gebruik van bouwmachines.’

'Je kunt verder kijken dan het vervangen van ‘stofje A’ door ‘stofje B'

Out-of-the-box-denken

‘De handreiking helpt de werkgever om op een gestructureerde manier na te denken over de mogelijkheden van vervanging, en om hierbij ook ‘out-of-the-box’ te denken’, vertelt Terwoert. ‘Je kunt namelijk verder kijken dan alleen het vervangen van ‘stofje A’ door ‘stofje B’. Misschien is er wel een heel ander proces mogelijk, of is een stap in het proces zelfs overbodig.’

Voorbeelden hiervan zijn buizen die je met een ‘kliksysteem’ aan elkaar zet, zodat werknemers niet hoeven te lassen of lijmen. Of het verpakken, het opslaan en vervoeren van metaalproducten in een folie, zodat het gebruik van schadelijke ontvettingsmiddelen niet langer nodig is.

Plan van aanpak

Het stappenplan leidt de werkgever langs alle mogelijkheden. Terwoert: ‘Eerst kijkt de werkgever naar de functie van het product, bijvoorbeeld het beschermen van een staalconstructie tegen roest. Vervolgens kijkt hij naar de functie van de stof in het product en de chemische eigenschappen die de stof daarvoor moet hebben, bijvoorbeeld ‘vluchtigheid’ of ‘oplossend vermogen’.

Hij stelt zichzelf de vraag: is deze eigenschap écht nodig voor de prestaties van het product? Is er een andere (niet toxische) stof die dezelfde functie kan vervullen? Als vervanging nog niet mogelijk blijkt, kan de werkgever een Plan van Aanpak maken.’

Inspanningen laten zien

En wat als blijkt dat vervanging écht niet mogelijk is? ‘Dan kan de werkgever, na het doorlopen van het stappenplan, een goed onderbouwd antwoord geven op de vraag waaróm dit zo is. Ook kan hij hiermee laten zien welke inspanningen hij al deed om te trachten tot vervanging te komen.’

Tijdens een inspectie zal de inspecteur van de Inspectie SZW altijd nagaan of de werkgever actief heeft onderzocht of vervanging mogelijk is. ‘Het resultaat van de inspanningen moet schriftelijk zijn vastgelegd in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). En ook de inspecteur zal hierbij de vragen uit de Handreiking gebruiken om tot een oordeel te komen.’