Tekst Willem Boersma
Foto Jeroen van der Meyde

Een stuk verdorde heide kraakt onder de schoenen van Rob van Dongen, hydroloog bij Staatsbosbeheer. Hij wandelt door natuurgebied Stroothuizen in de buurt van Denekamp, vlakbij de Duitse grens. Een stuk waterveenmos dat hij opraapt, is wit uitgeslagen door de droogte. Binnenkort wordt het bruin en sterft het af. “Door de droogte verliest dit natuurgebied steeds een klein beetje kwaliteit”, weet Rob.

Rob van Dongen
Rob van Dongen

De invloed van de verdroging is onmiskenbaar in Stroothuizen, dat samen met Punthuizen en het Beuninger Achterveld deel uitmaakt van Natura 2000-gebied Dinkelland (Overijssel). Op het eerste gezicht ziet het natuurgebied er prachtig groen en onaangetast uit, maar door de droogte verandert het landschap sluipenderwijs. Rob: “Je kunt je afvragen hoe erg droogte is. Eén droge zomer is geen probleem. Maar door structurele verdroging verlies je plantensoorten. Libellen en vlinders hebben het hier ook moeilijk, reeën zoeken nattere plekken op. Het wordt er dus niet beter op.”  

In vergelijking met de invloed van de mens op klimaatverandering is het effect van droogte op de natuur volgens Rob een stuk kleiner: “Extreme droogte kan de grondwaterstand nog zo’n 20 centimeter extra verlagen, terwijl de invloed van de mens wel een meter kan zijn. Op zich is de natuur heel slim. Zo laten bomen bij droogte hun blad eerder vallen; dat kunnen ze best een jaartje hebben. En door te werken aan herstel kun je soorten terugbrengen.”

Een zeldzaam gebied

Als hydroloog houdt Rob zich bezig met het waterbeheer in natuurgebieden in de provincies Overijssel en Gelderland (en af en toe in Drenthe). In die rol adviseert hij natuurbeheerders en boswachters. “Stroothuizen kent hoge en droge delen en lagere delen met grondwaterstroming. Het bestaat uit droge heide, natte heide, vennen en blauwgraslanden. Die afwisseling maakt het gebied heel bijzonder en zeldzaam in Nederland.”

Voor de ontginning van de woeste gronden in de regio zijn in de jaren zestig sloten gegraven. Dit maakte landbouw mogelijk, maar de grondwaterstand ging sterk omlaag. In combinatie met perioden van droogte ontstaan sindsdien geleidelijk veranderingen in de natuur. “Het eerste gevolg van verdroging is overwoekering. Zo zie je dat heidestroken gaan vergrassen, met soorten als het Pijpenstrootje. Ook rukken berken en struiken op. Het tweede gevolg is letterlijke verdroging door watertekort. Soorten van natte heide en vennen houden van vocht. Denk aan de zonnedauw, die insecten vangt met vochtdruppeltjes, en aan Moerashertshooi. Zij kunnen geen kant op. Het zaad van zulke planten kan een aantal jaren overleven in de bodem. Maar het houdt een keer op.”

In Natuurgebied Stroothuizen is het effect van lage grondwaterstanden en perioden van droogte merkbaar. Heidestroken vergrassen, berken en struiken rukken op

Verzuring

Even verderop wijst Rob op kale plekken in het landschap, terwijl in de verte een haas wegrent. De vele verschillende plukjes vegetatie op één plek zijn een teken van verdroging én verzuring. “Plekken die normaal gesproken nat zijn, drogen nu uit. Daardoor komt veel zuur vrij uit de bodem. Soms is het zo zuur dat veel planten dood gaan. Maar stikstof is ook voedsel voor planten, zo groeit het Pijpenstrootje er juist heel goed door. De natuur past zich aan door de droogte, maar we hebben bijvoorbeeld steeds minder blauwgrasland in Nederland. Door verdroging verliest het gebied steeds een klein beetje kwaliteit.”

Ook in het Oortven is de invloed van de droogte goed zichtbaar in het landschap. Tussen de rondspringende sprinkhanen loopt Rob steeds verder de uitgedroogde ven in. De bodem zit vol met scheuren en maakt een knisperend geluid. “Normaal staat hier altijd water, op het diepste punt tot 80 centimeter. Maar nu is het al sinds het voorjaar helemaal droog. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. In het aangrenzende Punthuizen is het woekerende hennegras ook een teken van verdroging. In heel natte perioden zouden juist weer andere plantensoorten doorschuiven.”

Waterhuishouding

In Dinkelland probeert Staatsbosbeheer samen met partijen in de regio om het tij te keren. Zo moet een langjarig herstelplan de waterhuishouding in het gebied verbeteren. Door bijvoorbeeld sloten te dempen, moet het grondwaterpeil weer omhooggaan. “Een deel van de landbouw in de buurt, die vooral bestaat uit veeteelt en de verbouw van gras en maïs, zal daardoor een natuurbestemming krijgen. Omdat het te nat wordt voor reguliere landbouw. Boeren beregenen hun land nu met grondwater, dus de landbouw profiteert ook van een hoger grondwaterpeil.”

Ondanks de impact van de droogte is Rob positief gestemd over de veerkracht van de natuur: “Als natuurgebieden groot en robuust genoeg zijn, vinden alle soorten er wel hun plek. Of het nu nat of droog is.”