Tekst Saskya Nonner
Foto Daphne van Drenth

Hoe betrek je iemands eigen netwerk bij de hulpverlening? En hoe kun je op die manier dak- en thuisloosheid bij jongeren voorkomen? Die vraag speelt in veel gemeenten. Groningen vond het antwoord in de JIM-aanpak, waarbij een jongere zélf iemand uit zijn netwerk mag aanwijzen. De gemeente begon sceptisch, maar is nu helemaal om. Wat zijn de ervaringen? En wat is er nodig om de aanpak ook in jouw gemeente te implementeren? Lees mee vanuit het perspectief van de bedenkers, de professional en de gemeente.

Een oma, de buurman, een tante, een vroegere leraar van je basisschool, een goede vriend. Iedereen is geschikt als JIM. JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor. De jongere kiest zelf iemand uit zijn of haar netwerk. Een JIM is meer dan een buddy of een maatje: het is een vertrouwenspersoon, iemand die meedenkt en meebeslist, die zij aan zij staat met de hulpverlener, en die door de jongere als ondersteunend ervaren wordt. “JIM vormt een fundament dat de jongere nodig heeft om stappen te gaan zetten.”

“De JIM-aanpak is voor jongeren simpel en prettig; voor de hulpverlening en voor de gemeente is het een cultuurverandering”, stelt Suzanne de Ruig, een van de oprichters van Stichting JIM en ontwikkelaar van de JIM-aanpak. Wat dit concreet betekent voor de rol van de professional en voor de gemeente vragen we aan trajectbegeleider Sjors Kieft, die sinds vier jaar met de aanpak werkt in Amsterdam, en aan Manon Pruim, beleidsadviseur jeugdhulp bij de gemeente Groningen, waar JIM na een geslaagde pilot breder wordt uitgerold.

De jongere krijgt een stem

Suzanne schetst wat er vernieuwend is aan de JIM-aanpak. “In de klassieke werkwijze maakt een hulpverlener eerst zelf een analyse en een plan, en betrekt daarna pas het netwerk erbij. Wij hebben ontdekt dat dit andersom moet”, legt ze uit. “De eerste vraag van de hulpverlener zou moeten zijn: ‘Ik heb iemand nodig die jij nu al kent en vertrouwt; iemand die van het begin af aan met ons mee gaat denken wat er nodig is.’ Dan geef je de jongere een stem.”

Missie: jeugdzorg verbeteren

Als systeemtherapeut weet Suzanne dat mensen pas durven te veranderen als ze iemand vertrouwen. Ze werkte al zestien jaar met gezinnen en jongeren waar meerdere problemen speelden toen ze in 2013 in aanraking kwam met JIM. “Dat was zo’n eyeopener. Ik wist meteen: ik heb iets gemist!”, vertelt ze gedreven. “Vanaf dat moment ben ik mezelf en ‘ons’ als hulpverleners gaan onderzoeken. Ik ontdekte dat wij vaak de zorg of ondersteuning centraal stellen, ook al zeggen we dat we de jongere centraal stellen. En eigenlijk vinden we onze eigen expertise belangrijker dan de oma van een jongere. We doen allemaal ons best, maar de zorg kan beter, duurzamer.”

“Het geeft jongeren veranderkracht”

Veranderkracht

Werken met de JIM-aanpak maakt de zorg duurzamer, efficiënter en goedkoper. “Het kost in het begin misschien wat meer tijd, omdat je personeel moet trainen in hoe ze JIM’s het best kunnen ondersteunen en omdat je JIM’s moet zoeken. Maar het maakt de jongeren uiteindelijk sterker. Ze gaan hun eigen netwerk inschakelen en komen niet of minder vaak terug. Het geeft jongeren veranderkracht.”

‘Het ging pas lopen, toen de JIM erbij kwam’

Vier jaar geleden deed de dak- en thuislozenketen in Amsterdam een pilot met JIM. Sjors werkte er toen net een halfjaar. Hij herinnert zich zijn eerste casus nog goed: een meisje van 19 jaar dat al anderhalf jaar in de opvang zat. Ze was al een keer uitgestroomd, maar dat ging mis.

“Dit meisje wist meteen wie ze als JIM wilde: een iets ouder meisje uit de opvang dat aan het eind van het traject zat. Nou, dat was wat! Alle professionals vonden er iets van. Sommige collega’s zeiden: dat gaan we niet doen. Ik vond het zelf ook spannend.”

“We hebben onze zorg over de stroeve samenwerking in het verleden uitgesproken. De JIM reageerde heel beslist: ‘Het gaat hier niet om mij; het gaat om haar – waarom zou dat een probleem zijn?’ Dat was voor mij een inzicht: degene van wie wij dachten dat ze niet goed genoeg zou zijn, was al verder dan wij! Voor haar was het heel natuurlijk, voor ons nog niet.”

Suzanne, die de pilot begeleidde: “Een rebelse dame kiest een rebelse JIM – dat past bij haar. Je kunt je voorstellen hoe gemotiveerd dit meisje was voor hulp, want ze had haar eigen hulpbron ingezet.”

Het bleek goed te werken. Sjors: “Samen met de JIM en het meisje hebben we een plan gemaakt. De dames hadden een heel ander idee van wat er nodig was dan wij als hulpverleners. Zij wilden de schulden in kaart brengen, deze afbetalen en een baantje zoeken. Wij vonden therapie een voorwaarde om straks te beginnen met werk en een eigen woning.”

Hij merkt op dat een therapeutische behandeling sowieso vaak wordt gezien als start binnen de hulpverlening. “Maar dat werkte dus al anderhalf jaar niet. We hebben het toen omgedraaid: eerst een uitkering aanvragen en dan naar een baan toewerken, zodat haar schulden afbetaald konden worden. Het is een algemeen knelpunt in de hulpverlening: als mensen niet willen, slaat de hulp niet aan. Dat ondervang je met de JIM-aanpak.”

Er kwam eindelijk rust. “En toen gaf dit meisje zélf aan dat ze er klaar voor was om met iemand te praten.” Sjors concludeert dat het pas is gaan lopen, toen ze de JIM erbij betrokken. “Al na een halfjaar zat ze op de volgende plek, met uitzicht naar uitstroom.”

Na de pilot heeft Amsterdam de uitstroom in de opvang onderzocht. Sjors: “We zagen jongeren met JIM veel sneller uitstromen dan jongeren zonder steun uit hun netwerk.”

Het is even wennen

Suzanne: “Professionals zijn zo opgeleid dat ze zelf de verantwoordelijkheid moeten dragen en binnen zes weken een plan moeten hebben. Voor veel hulpverleners is samenwerken met een JIM en naar hem of haar luisteren best complex – sommigen weten niet meer wat ze moeten doen. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld! Hoe moeilijk mag het voor ons als hulpverleners zijn om datgene te doen wat gemotiveerde en duurzame hulp oplevert voor een jongere? We moesten met z’n allen ook wennen aan een mobieltje, en aan de elektrische auto.”

Suzanne de Ruig, een van de oprichters van Stichting JIM en ontwikkelaar van de JIM-aanpak

"Begin niet met hulpverlenen voordat je met de jongere en de JIM aan tafel zit"

Training

Hoe beter de hulpverlener naar de JIM kan luisteren en zich kan laten adviseren, hoe beter het traject werkt. Professionals kunnen hier een training voor volgen. “Begin niet met hulpverlenen voordat je met de jongere en de JIM aan tafel zit”, is het belangrijkste dat Sjors daar heeft geleerd. “Hulpverleners hebben de neiging om ‘alvast iets op papier te zetten’, maar dan bepalen wij de doelen. Het plan moet van de jongere en de JIM komen, dan werkt het pas – ook als het aardig overeenkomt met mijn eigen ideeën. Het gaat erom dat ik hen help met wat zij hebben bedacht in plaats van dat zij meewerken met mijn plan.”

Sneller bij de kern

“Op school heb ik geleerd om eerst te investeren in de relatie met de jongere en daarna een plan van aanpak te maken”, vervolgt Sjors. “Maar de JIM en de jongere hébben al een vertrouwensband. Ik sluit daar als professional bij aan. Je stapt zo op een veel hoger niveau in. Tijdens het eerste gesprek worden al dingen besproken waar ik in mijn eentje het eerste jaar nog niet aan toe zou komen!”

Geen sociaal wenselijke antwoorden

Bijkomend voordeel is dat de JIM korte metten maakt met sociaal wenselijke antwoorden. Sjors: “Veel jongeren hebben er al een carrière in de hulpverlening op zitten; die weten wat ik wil horen.” Hij haalt een voorbeeld aan waarbij hij met een jongen en zijn JIM om de tafel zat en zei dat de jongen voor een opvangplek wel moest minderen met blowen. “De jongen reageerde met een prachtig verhaal over afkicken, schulden afbetalen en focussen op werk. Zijn JIM barstte in lachen uit en zei: ‘Zo werkt het helemaal niet bij jou! Je moet eerst dit en dit aanpakken. En dat blowen, daar heb je helemaal geen geld voor, want dat krijg je van X. Dus die gaan we nu meteen bellen, want anders sta jij straks op straat.’”

Het verandert je rol als professional, wil Sjors hiermee zeggen. “Je hebt andere vaardigheden nodig; je moet een stap opzij zetten. Je krijgt een meer faciliterende rol. En je bent het aanspreekpunt voor de JIM. Het is echt samen beslissen.”

“Het veranderproces reikt verder dan de professional: ook de gemeente moet veranderen”

Half doen, lukt niet

Het veranderproces reikt verder dan de professional, weet Suzanne. Ook de gemeente moet veranderen. “Die moet bijvoorbeeld in het beleid opnemen dat een professional niet in z’n eentje alle verantwoordelijkheid kan dragen. Men onderschat wat dit inhoudt: als gemeente moet je op verschillende niveaus gaan nadenken over hoe je de formele en informele hulpverlening organiseert en financiert, maar dan heb je wel een omslag bereikt.”

Kanteling in denken en doen

Na een succesvolle pilot bij jongeren die uit huis geplaatst dreigen te worden en ‘thuiszitters’ onderzoekt de gemeente Groningen, een van de pilotgemeenten van het Actieprogramma dak- en thuisloze jongere, op welke manier het eigen netwerk van (dreigend) dak- en thuisloze jongeren benut kan worden. Manon Pruim is beleidsadviseur jeugdhulp bij de gemeente Groningen en overtuigd van de aanpak. Dat was beslist niet meteen het geval, zegt ze. “Ik was eerst sceptisch over JIM. Ik dacht: hoe weten jongeren en hun omgeving nou echt wat goed voor hen is? En hoe doe je dat dan als hulpverlener? Nou, daar ben ik wel van teruggekomen!”

“Bij jongeren voor wie een JIM is ingezet heeft de pilot 80 tot 90% van de uithuisplaatsingen voorkomen”, stelt Manon. Veel dakloze jongeren hebben een geschiedenis in de jeugdhulp. “Als je kunt voorkomen dat jongeren uit huis worden geplaatst, vallen ze ook niet uit hun netwerk. En wordt de instroom in de opvang minder.” Manon ziet nog een extra voordeel van de JIM in deze coronatijden: “De hulpverlener kan niet steeds op huisbezoek, maar de JIM is er altijd voor de jongere.” 

Andere attitude

“De uitdaging ligt bij de professional: werken met JIM vraagt een andere attitude”, vertelt Manon. “Ze moeten soms op hun handen gaan zitten. Accepteren dat de JIM meer weet over de jongere dan zij; misschien wel beter weet wat goed voor hem of haar is. Dat kan moeilijk zijn voor hulpverleners die al heel lang op een bepaalde manier werken. Ze moeten ook hun waarden en normen opzijzetten. Het vraagt een kanteling in denken en doen.”

Netwerk bij de hulp betrekken

En daar was de gemeente Groningen nu precies naar op zoek: een aanpak die die kanteling zou versnellen. Eigenlijk al sinds de transitie van de jeugdzorg vijf jaar geleden van provincie naar gemeente. “We hebben eindelijk een manier gevonden om het netwerk bij de hulpverlening te betrekken en de regie ook bij de jongeren en hun omgeving neer te leggen. De jongeren voelen zich serieus genomen omdat ze zelf iemand mogen uitkiezen en geen hulpverlener krijgen opgedrongen. Zo versterkt de JIM-aanpak ook het vertrouwen in de hulpverlening.”

Iedereen informeren

“De JIM-aanpak kan spaaklopen als een jongere doorstroomt en met nieuwe begeleiders te maken krijgt. Wij hebben daarom een bijeenkomst georganiseerd met de tien grootste jeugdhulpaanbieders. Het is aan ons als gemeente om breed te communiceren wat de werkwijze is. En dat moet ook afgedwongen kunnen worden.” Manon erkent dat daar nog winst te halen is. “Het inzetten van ervaringsdeskundigen die over de JIM-aanpak kunnen vertellen, helpt bij het wegnemen van bezwaren. Net als het delen van positieve ervaringen.”

Tijd, durf en ruimte

“Natuurlijk kost een nieuwe aanpak in het begin best veel tijd. Daar moet je in willen investeren; er is meer voor nodig dan een training alleen. Het vergt ook durf en ruimte om te experimenteren. De tijd is rijp voor een nieuwe manier van denken en doen. Ik denk dat veel gemeenten eraan toe zijn om, net als wij, deze kanteling te maken.”

Wil je hierover sparren met Manon? Heb je vragen over de werkwijze in Groningen? Neem dan contact op met Manon Pruim, e-mail: manon.pruim@groningen.nl.

“Ik denk dat veel gemeenten eraan toe zijn om, net als wij, deze kanteling te maken”

Wil je meer weten over de JIM-aanpak of de trainingen, ook speciaal voor gemeenteambtenaren? Of ben je als gemeente benieuwd wat het betekent voor je rol als opdrachtgever? Suzanne gaat graag met je in gesprek, e-mail: suzanne@jimwerkt.nl.

Meer informatie over de JIM-aanpak vind je op jimwerkt.nl.

Tips van Manon en Suzanne

  • Zie werken met JIM als een cultuuromslag. Informeer alle jeugdaanbieders en help professionals en organisaties de draai te maken naar anders hulpverlenen.
  • Begin met het trainen van de kartrekkers: medewerkers die willen veranderen, die anderen kunnen enthousiasmeren.
  • Zet ervaringsdeskundigen in: die kunnen mensen over de streep trekken.
  • Denk mee hoe je als gemeente de JIM kan ondersteunen, want de JIM is zo sterk als de positie die hij krijgt: binnen het gezin, binnen de hulpverlening en binnen de gemeente.
  • Focus op duurzame zorg. Ga met elkaar samen leren wat dit in jouw gemeente betekent.
  • Luister naar de aanbieders en professionals – en vraag door.
  • Geef in je beleid en in het toekomstperspectiefplan van jongeren een positie aan JIM; borg het werken met JIM in het jeugdbeleid.
  • Stel gewetensvragen: staat het leuk op papier? Of willen we het ook echt doen in de praktijk?

Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren 2019-2021

Juist voor jongeren is het van belang dat er iemand in de directe omgeving is die zij vertrouwen. Iemand die op een laagdrempelige manier mee kan denken en helpen. Het versterken van een informeel netwerk en het werken met mentoren, buddy’s of ervaringsdeskundigen wordt vanuit het Actieprogramma sterk gestimuleerd en aangemoedigd. De veertien pilotgemeenten kijken samen met het Instituut voor Publieke Waarden hoe het netwerk beter ingezet en benut kan worden. Niet alleen voor preventie van dak- of thuisloosheid, maar ook voor duurzaam herstel en het voorkomen van terugval. De inzichten van het Jongerenpanel worden hierbij benut.