Het was de klik met rolstoeltennisser Maikel Scheffers tijdens een sportclinic van de Esther Vergeer Foundation die het ‘m deed. De zevenjarige Rayleigh was verkocht. Sinds een half jaar is de zaterdagochtend dan ook vaste prik. Dan krijgt Rayleigh samen met Femke, Fenna, Job, Dion en Sam tennisles van tennisleraar Stefan Weeda bij L.T.C. Spijkenisse. Klein detail: ze zitten allemaal in een rolstoel. 

‘Ze kijkt er de hele week naar uit’

‘Ze kijkt er de hele week naar uit. En als het een keertje niet doorgaat of ze kan niet, is ze echt teleurgesteld.’ Aan het woord is Astrid Beukema, de moeder van Rayleigh. Omdat haar dochter een zeer laag energieniveau heeft, kan Rayleigh niet anders dan sporten in een rolstoel. Astrid: ‘Helaas zijn er hier in de omgeving niet veel sporten die ook geschikt zijn voor rolstoelgebruikers. Gelukkig zag ik een berichtje op Facebook van L.T.C Spijkenisse. Het bericht ging over de sportclinic die Maikel Scheffer daar vanuit de Esther Vergeer Foundation kwam geven.’ Zo is het balletje gaan rollen. Een paar proeflessen bij de tennisvereniging volgde en Rayleighs enthousiasme bleef aanhouden. Sindsdien is ze wekelijks op de tennisbaan van L.T.C Spijkenisse te vinden.

‘Wanneer ouders dan de glimlach op het gezicht van hun kind zien, zegt ze dat vaak al genoeg’

Herkenning

De Esther Vergeer Foundation maakt met hun project Join the Club sporten voor kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking mogelijk. Want dat deze groep op een structurele basis sport, is niet altijd even vanzelfsprekend. ‘Vaak merken we dat vooral ouders dit lastig vinden’, vertel Marie-Louise Lemmen, directeur van de Esther Vergeer Foundation. Marie-Louise: ‘Ouders weten bijvoorbeeld niet goed hoe ze dit moeten regelen of twijfelen of hun kind het wel kan. Het is aan ons om te laten zien dat het goed geregeld is. Dat begint met het geven van een sportclinic op de tennisvereniging in de buurt. Wanneer ouders dan de glimlach op het gezicht van hun kind zien, zegt ze dat vaak al genoeg. De verenigingen zelf helpen we met het bieden van goede faciliteiten en enthousiaste en goed opgeleide trainers. Daarnaast zorgen we ervoor dat er meerdere kinderen met een lichamelijke beperking op de verenigingen sporten.’

Dat laatste is volgens Marie-Louise een bewuste keuze: ‘We zien, zeker in het begin, dat deze kinderen het fijn vinden om met kinderen uit dezelfde doelgroep te starten. Ze herkennen zich in elkaar en begrijpen elkaar. Je vormt geen uitzondering.’ Voor Rayleigh precies de reden waarom ze tennis zo leuk vindt: ‘Ik ben daar niet alleen, maar met andere kinderen die ook in een rolstoel zitten. En Edwin is erbij. ‘Dat is de initiatiefnemer van het rolstoeltennis bij L.T.C. Spijkenisse. Hij helpt haar soms’, vult moeder Astrid aan.

Maikel Scheffers en Rayleigh tijdens de sportclinic bij L.T.C. Spijkenisse.

‘Er zijn altijd wel kinderen zonder beperking die willen meedoen of helpen tijdens de training.’

Integreren

‘In een groepje met gelijkgestemden sporten, is ook een voorwaarde om verder te integreren in de vereniging’, vervolgt Marie-Louise haar verhaal. Als groepje neem je bijvoorbeeld veel makkelijker deel aan toernooitjes dan als je in je eentje bent.’ Meedoen aan toernooien gebeurt bij L.T.C. Spijkenisse al af en toe. Trainer Stefan Weeda: ‘De kinderen die in een rolstoel bij ons sporten, betrekken we bij open jeugdtoernooien. Daar spelen ze wedstrijdjes gecombineerd met kinderen die kunnen lopen. Al is dat nu nog vooral in de vorm van een clinic.’

De lessen blijven volgens Stefan dan ook het belangrijkste. Maar ook daar ziet hij iets moois ontstaan: ‘Er zijn altijd wel kinderen zonder beperking die willen meedoen of helpen tijdens de training. Met ballen rapen bijvoorbeeld. Ontzettend mooi om te zien. Ik denk dat dat ook komt door de sfeer in de groep, die is zo positief. Het gaat er allemaal heel gemoedelijk aan toe. Alles gaat wat langzamer en je moet soms wat langer wachten. Maar dat is helemaal prima; kinderen in een rolstoel zijn niet anders gewend.’

Nationaal Sportakkoord

De minister van Sport (ministerie van VWS), de gemeenten (Vereniging Sport en Gemeenten) en de sportbonden (NOC*NSF) hebben de handen ineengeslagen. Samen met de provincies, tal van maatschappelijke organisatie en bedrijven hebben ze een Nationaal Sportakkoord gesloten. Dat is voor het eerst in de geschiedenis. Binnen dit sportakkoord is de alliantie “Sporten en bewegen voor iedereen” opgericht. Het doel van deze alliantie is dat meer mensen een leven lang sport- en beweegplezier in een inclusieve sport- en beweegomgeving ervaren. De alliantie richt zich specifiek op kwetsbare mensen die een achterstand hebben tot het sporten en bewegen, of die zich minder welkom voelen bij de sport- en beweegaanbieders. Dit betekent dat het ministerie belemmeringen zoveel mogelijk wil wegnemen. Hiermee bevordert VWS de toegankelijkheid van de sport. Dan gaat het bijvoorbeeld om de praktische toegankelijkheid van accommodaties, hulpmiddelen en vervoer. Maar ook om de ‘sociale toegankelijkheid’, zodat iedereen zich welkom voelt in de sport. Of om de financiële toegankelijkheid, zodat sporten en bewegen voor mensen die willen meedoen ook mogelijk is. Meer weten over het sportakkoord? Kijk op: https://www.allesoversport.nl/sportakkoord/