Tekst Wouter Jan Strietman (Wageningen Economic Research), Jorden Splinter (Ministerie van Buitenlandse Zaken)
Foto Wouter Jan Strietman (cover), Wim van Passel

Meer ruimte voor activiteiten

Het noordpoolgebied warmt twee keer sneller op dan het wereldwijde gemiddelde, waardoor het zee-ijs in rap tempo afneemt. Paradoxaal genoeg betekent deze negatieve ontwikkeling dat er meer ruimte ontstaat voor economische activiteiten, omdat het minder moeilijk wordt om in het gebied te varen, te vissen en grondstoffen te winnen, waaronder olie en gas. Ook weten steeds meer toeristen het gebied te vinden. Het wordt, kortom, steeds drukker in het Arctisch gebied. Dit brengt kansen maar ook uitdagingen met zich mee. Zowel in de Arctische landen zelf als in internationale organisaties wordt daarom gestreefd naar afspraken over bescherming en duurzaam gebruik van dit kwetsbare gebied.

Scheepvaart

Omdat er in de zomermaanden steeds minder zee-ijs aanwezig is, wordt het gemakkelijker om de noordelijke zeeroutes te bevaren. Zo is het mogelijk om via het poolgebied van Europa naar Azië te varen, een route die veel korter is dan via het Suez Kanaal. Het gaat momenteel nog om enkele tientallen schepen per jaar die van de intercontinentale noordelijke route gebruik maken. Waarschijnlijk zal dit aantal de komende jaren geleidelijk groeien. Een grotere toename wordt verwacht in het regionale scheepvaartverkeer - dus binnen het Arctisch gebied zelf. Verschillende landen, zoals Rusland, China en IJsland investeren in nieuwe schepen, ijsbrekers en havens om de verwachte groei mogelijk te maken.

Met de toenemende scheepvaart wordt ook de kans op vervuiling door ongelukken, illegale lozingen en dumping van afval in zee groter. Ook kan het ecologische evenwicht in het Arctisch gebied worden verstoord door exotische planten en dieren die met het ballastwater of op scheepsrompen worden meegevoerd. Om deze risico’s te minimaliseren zijn er op internationaal niveau afspraken gemaakt, onder andere vastgelegd in de Polar Code van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

Visserij

De vraag naar vis en visproducten neemt wereldwijd sterk toe. Vanwege het zich terugtrekkende zee-ijs zijn er vooral in de zomer steeds grotere gedeeltes van de Arctische Oceaan bevaarbaar voor vissersschepen. Ook leidt de opwarming van de oceanen tot een noordwaartse migratie van bepaalde vissoorten. Samen kunnen deze veranderingen leiden tot een verplaatsing naar en toename van visserij in het Arctisch gebied. Tegelijkertijd wordt de maatschappelijke druk om gebieden te beschermen tegen (bodem)visserij steeds groter. Dit heeft er onder andere toe geleid dat Greenpeace in 2016 met partijen als McDonald’s en Tesco afspraken gemaakt heeft om van hun visleveranciers te eisen dat de visserij niet in nieuwe, ongerepte gebieden zal plaatsvinden. Ook hebben de Arctische kuststaten met elkaar afgesproken dat geen visserij mag plaatsvinden in het centrale deel van de Arctische oceaan, zonder dat eerst duidelijk is wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Toerisme

Een bezoek aan het Arctisch gebied wordt steeds betaalbaarder en gemakkelijker. Daarom bezoeken steeds meer toeristen het noordpoolgebied. Dit brengt positieve effecten met zich mee zoals groeiende inkomsten en werkgelegenheid, maar stelt de Arctische landen ook voor de  uitdaging om dit in goede banen te leiden. Op verschillende plaatsen wordt actie ondernomen om de groei op een gecontroleerde manier te laten plaatsvinden. Denk hierbij aan zaken als het maken van afspraken over het aantal toeristen, (extra) bescherming van kwetsbare gebieden waar toeristen komen, maar bijvoorbeeld ook aan praktische zaken zoals het aanleggen van extra wandelpaden.

Grondstoffenwinning

Vanwege de toenemende wereldwijde vraag naar grondstoffen en een afname in makkelijk winbare bronnen, komen winplaatsen dieper in zee, verder weg van land en in koudere regio’s steeds meer in beeld. Zo ook het Arctisch gebied. Het is een gebied waar olie, gas en andere minerale grondstoffen zoals steenkool rijkelijk voorkomen, zowel aan land als in de zeebodem, maar deze zijn vanwege de aanwezigheid van sneeuw, ijs en een bevroren ondergrond niet altijd eenvoudig te winnen. Ook is de benodigde infrastructuur zoals havens en pijpleidingen zeer beperkt aanwezig.

In sommige gebieden staat de lokale bevolking positief tegenover grondstoffenwinning, vooral vanwege de economische voordelen en werkgelegenheid. Maar er zijn ook regio's waar men kritisch is, vanwege de milieurisico’s of omdat het lastig samengaat met andere lokale economische activiteiten zoals rendierhouderij of toerisme. Uiteindelijk beslist de betreffende staat over het wel of niet toestaan van deze activiteiten.

Beleid en beheer

Er zijn acht landen (zie kader) die binnen de poolcirkel liggen. De Arctische landen kunnen individueel bepalen of, en onder welke voorwaarden, zij economische activiteiten op hun grondgebied toelaten, zowel op land als op zee binnen hun exclusieve economische zone (EEZ), tot 200 zeemijlen buiten de kust. Buiten deze zone geldt het internationale zeerecht, vastgelegd in het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties (UNCLOS). Afspraken en adviezen over goed beheer van het gebied worden gemaakt binnen verschillende internationale samenwerkingsverbanden, zoals de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), OSPAR en de Arctische Raad

De beleidsmatige aandacht voor het noordpoolgebied beperkt zich niet alleen tot de Arctische landen zelf. Zo is ook Nederland sinds de oprichting van de Arctische Raad in 1996 actief als ’permanente waarnemer’. Deze status geeft het recht om de meeste bijeenkomsten en werkgroepen bij te wonen, maar geeft geen spreek- en stemrecht. Om uiting te geven aan het toegenomen strategische belang van het gebied, heeft Nederland in 2016 een Arctisch ambassadeur aangesteld.

De laatste jaren is de belangstelling vanuit Azië voor het Arctische gebied sterk toegenomen, zowel op economisch als wetenschappelijk gebied. Zo zijn er in het onderzoeksdorp Ny Ålesund op Spitsbergen, naast een Noors en een Nederlands onderzoekstation, ook stations van China, India en Zuid-Korea.

De Arctische Raad (Arctic Council) bestaat sinds 1996. De leden van de Arctische Raad zijn de acht Arctische landen Canada, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Rusland, Zweden en de VS aangevuld met permanente vertegenwoordigers van de inheemse bevolking, die wel spreekrecht maar geen stemrecht hebben.

De Arctische Raad stelt adviezen op en maakt afspraken over goed en duurzaam beheer van het Arctisch gebied. Dat gaat dan over thema’s met een gemeenschappelijk belang, zoals milieubescherming, biodiversiteit, scheepvaart, wetenschappelijk onderzoek, rampenbestrijding. De afspraken zijn veelal niet-bindend maar worden wel door de landen overgenomen.