KNMI Jaaroverzicht 2019

KNMI Jaaroverzicht 2019

Deze printvriendelijke versie bevat niet de volledige inhoud van het online magazine, maar alleen de teksten en een beperkte selectie foto´s. Het hele online magazine met alle foto´s, video´s en multimedia kan worden bekeken op:
https://magazines.rijksoverheid.nl/knmi/knmi-jaaroverzicht/2019/01/index

Nog een tip voor het geval u het magazine wil printen: Heeft u een Windows-computer en bekijkt u het magazine met het programma Chrome? Dan adviseren we u voor het afdrukken alleen gebruik te maken van het zogenoemde dialoogvenster (Ctrl+P).

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

2019, meer dan 40 graden

Thermometer met 40 graden

25 juli 2019. Het bezoekersaantal op onze website piekte. Het leek alsof heel Nederland over onze schouder meekeek. Zou er een nieuw temperatuurrecord gevestigd worden? En ja, het record werd inderdaad verbroken. Op die dag in juli werd het 40,7 graden in Gilze-Rijen. Nog nooit eerder kwam de temperatuur in Nederland boven de historische grens van 40 graden uit.

De zomer van 2019 was zeer warm. We hebben de warmste maand juni in 100 jaar gemeten. Onze leefomgeving warmt op en die in Nederland dus ook. Klimaatverandering is niet meer iets abstracts, maar iets wat je merkt in je dagelijks leven.

De eerste KNMI-metingen werden 165 jaar geleden verricht. Sinds die tijd is er een hoop veranderd. Meten is een vak dat zich steeds blijft ontwikkelen. We weten nu beter hoe we temperaturen moeten meten dan in onze vroege beginjaren. Apparatuur wordt beter en betrouwbaarder. We vinden het dan ook belangrijk om te blijven investeren in onze meetapparatuur en de ontwikkeling daarvan, zodat we nóg beter temperaturen, neerslag en bewegingen in de bodem kunnen monitoren. Door die metingen kunnen we bijzondere gebeurtenissen als een hitterecord duiden en in een (klimatologische) trend plaatsen.

Het kloppende hart van het KNMI wordt gevormd door  mensen die werken aan metingen, modellen en verwachtingen. Het gaat daarbij steeds om diensten en onderzoek gebaseerd op onafhankelijke natuurwetenschap van hoog niveau. Dat vereist teamwork en iedere dag laten KNMI’ers dat zien. Dat maakt mij trots. Afgelopen jaar was ik ook bijzonder verheugd dat één van onze onderzoekers werd benoemd tot visiting professor in Oxford en twee onderzoekers werden onderscheiden met prestigieuze internationale prijzen.

Het jaar 2019 was ook om een andere reden een belangrijk jaar voor het KNMI. Het kabinet besloot om groen licht te geven aan de ontwikkeling van een Early Warning Centre en het daarbij horende herstructureren van onze IT- en waarneeminfrastructuur. Met de ontwikkeling van dit Early Warning Centre zal het KNMI in de toekomst de samenleving kunnen voorzien van nog betere adviezen, scenario’s en waarschuwingen. Dat is belangrijk nu omgevingsrisico’s vanwege klimaatverandering groter worden. 

In dit magazine blikken we terug op 2019. Een jaar dat – alleen al vanuit meteorologisch oogpunt – niet snel vergeten zal worden.

Gerard van der Steenhoven
Hoofddirecteur KNMI

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

40,7 graden

KNMI meetstation op vliegbasis Gilze-Rijen

40,7 graden werd het op 25 juli 2019 in het Noord-Brabantse Gilze-Rijen. Nog nooit eerder kwam de temperatuur in Nederland boven de 40°C. Uiteindelijk is het op deze dag op acht KNMI meetstations warmer dan 40 graden geweest.

De dag ervoor was het bijna 75 jaar oude nationale hitterecord van 38,6 graden uit 1944 in Warnsveld al verbroken. Met deze 40,7 graden werd het record al na één dag opnieuw verbroken.

2019 was met een gemiddelde temperatuur van 11,2 graden het zesde warme jaar op een rij. Negen maanden lag de gemiddelde temperatuur (ruim) boven het langjarig gemiddelde. November en mei waren kouder dan normaal, en september precies gemiddeld.

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

Onze weerwaarschuwingen

Mist en verkeer

De weerkamer van het KNMI staat 24/7 paraat om Nederland te waarschuwen als er gevaarlijk weer dreigt. Tijdig, gericht op de impact van het verwachte weer. Door tijdig te waarschuwen kunnen mensen zich voorbereiden waardoor de kans op schade en letsel beperkt wordt. De impact van extreem weer, de gevolgen voor de samenleving op de weg, het water en in de straat, is het uitgangspunt voor onze waarschuwingen.

In 2019 hebben we acht keer code oranje en een keer code rood uitgegeven; waarschuwingen voor gladheid, zeer zware windstoten en mist, voor onweersbuien en voor extreme hitte. Een code oranje waarschuwing betekent ‘Wees voorbereid’, er is een grote kans (60% of meer) op gevaarlijk weer. Code rood, ook wel weeralarm genoemd, betekent ‘Onderneem actie’, er wordt grote impact op de samenleving verwacht.

Uitgegeven waarschuwingen

Een code oranje geven we uit als er een kans van 60% of meer is dat er gevaarlijk weer gaat komen. Er is dus ook een kans van maximaal 40% dat het weer uiteindelijk mee valt. Van de negen keer dat we dit jaar een code oranje of rood uitgaven is acht keer daadwerkelijk gevaarlijk weer opgetreden. Een keer is achteraf gebleken dat een code geel voldoende zou zijn geweest. Dat betekent niet dat er geen zwaar weer was, maar dat de heftigheid uiteindelijk is meegevallen.

In de week van 3 tot 7 juni gaven we drie keer een code oranje uit voor onweersbuien. Deze buien ontstonden aan het eind van de middag en in de avond in de warme en vochtige lucht. Precies op het tijdstip waarop veel avondvierdaagsen werden gelopen en waarop activiteiten in het pinksterweekend begonnen. Op vrijdag 7 juni, de vrijdag voor het pinksterweekend, werden er flinke onweersbuien verwacht die aan het einde van de middag Zeeland zouden bereiken om vervolgens steeds actiever over het land te trekken. We hebben daarop code oranje afgegeven voor onweersbuien met zware windstoten. De verwachte windstoten en onweersbuien werden uiteindelijk minder sterk en schade en overlast zijn uitgebleven. Gezien de verwachting in combinatie met alle buiten-activiteiten en Pinkpop in het pinksterweekend was de verwachte impact zo groot dat we besloten hebben deze waarschuwing uit te geven. 

Van 23 tot 27 juli gaven we een code oranje uit voor extreme hitte. Vanaf die dag lagen de maximumtemperaturen in een groot deel van het land boven de 30°C en in de nachten koelde het maar moeizaam af en bleven de temperaturen boven de 20°C. Vanwege de aanhoudende hitte was het Nationaal Hitteplan van het RIVM van kracht. Op donderdag 25 juli werd op acht KNMI-meetstations meer dan 40°C gemeten, met als record 40,7°C in Gilze-Rijen. Nog nooit eerder kwam de temperatuur in Nederland boven de 40°C. 

In de nacht van 31 december gaven we samen met onze partners van het Weer Impact Team (Departementale Coördinatiecentrum Crisisbeheersing, het Nationaal Crisiscentrum, het Verkeerscentrum Nederland, politie en brandweer) een code rood uit voor zeer dichte mist. In het noorden van het land werd het zicht minder dan tien meter, met verschillende ongelukken en een dodelijk slachtoffer tot gevolg.

Voor Caribisch Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba) hebben we waarschuwingen uitgegeven voor de tropische stormen Dorian (25-28 augustus) en Jerry (17-25 september). Deze stormen trokken uiteindelijk niet over de eilanden maar veroorzaakten wel overlast in de vorm van zware regen, overstromingen en een ruwe zee. Voor Bonaire zijn er in 2019 geen orkaan- of tropische stormwaarschuwingen uitgegeven.

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

Klimaat en satellieten

Smeltend ijs op Antarctica

Zee stijgt sneller door smeltende gletsjers en poolijs

De aarde wordt voor een groot deel bedekt door water, ijs en sneeuw. Oceanen, gletsjers, ijskappen en bevroren ondergrond. De effecten van klimaatverandering op dit water in al zijn vormen zijn inmiddels wereldwijd duidelijk zichtbaar. Het smelten van gletsjers en ijskappen, het ontdooien van permafrostgebieden, de afname van de hoeveelheid zee-ijs en de steeds snellere stijging van de zeespiegel. Mens en natuur staan in toenemende mate onder druk door deze effecten. Deze bevindingen deed het IPCC in 2019 in het speciale rapport over oceanen, sneeuw en ijs (de cryosfeer) in een veranderend klimaat. In een e-magazine zette het KNMI de wetenschappelijke bevindingen op een rij. De focus ligt daarbij op zeespiegelstijging, nu en in de toekomst.

Amerikaanse prijs voor team satellietinstrument OMI

Als eerste Nederlander ontving KNMI’er Pieternel Levelt dinsdag 27 augustus de prestigieuze William T. Pecora Award voor het succesvolle OMI-satellietproject. Levelt is onderzoeksleidster van het OMI-project . NASA en de United States Geological Survey (USGS) roemen de bijdrage van OMI aan het jarenlange onderzoek naar de samenstelling van de aardatmosfeer.

De satellietmetingen van OMI hebben direct invloed op de samenleving. We kunnen de bronnen waar de luchtvervuiling vandaan komt nu veel beter onderscheiden. Dat is niet alleen belangrijk voor het begrijpen van luchtvervuiling, maar door de lange meetreeks van OMI ook voor het aangeven van trends in luchtvervuiling. Dankzij OMI kunnen we ook een zonkrachtverwachting geven, zodat in de zomer mensen gewaarschuwd kunnen worden bij een hoge UV-factor.

WMO Research Award voor KNMI-onderzoeker

KNMI-onderzoeker Karin van der Wiel heeft de WMO Research Award for Young Scientists toegekend gekregen. Van der Wiel heeft deze prestigieuze prijs, en een geldbedrag van 1000 dollar, gekregen voor haar onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op het voorkomen van extreme neerslag aan de Amerikaanse Golfkust.

Het prijswinnende artikel beschrijft een klimaatattributiestudie naar aanleiding van hevige overstromingen in de Amerikaanse staat Louisiana in 2016 en geeft een schatting van de kans op voorkomen van neerslaghoeveelheden zoals in 2016 en hoe deze kans is veranderd door klimaatverandering. 

Trends in opwarming van Nederland

De opwarming van de aarde laat zich in Nederland in allerlei facetten zien. Zo begint de lente tegenwoordig een paar weken eerder dan een eeuw geleden. Dat zien we in vrijwel het hele noordelijk halfrond. Er is geen officiële definitie van het begin van de lente maar je kunt bijvoorbeeld kijken naar de eerste week met gemiddelde maximumtemperatuur boven de 15 graden. Een eeuw geleden was dit rond half april, maar tegenwoordig schommelt het rond de laatste week van maart.

Andere trends die we zien zijn het aantal vorst- en zomerse dagen, kouderecords en hitterecords. In de zomer leidt opwarming tot meer hitterecords en een toename van het aantal zomerse en tropische dagen, terwijl we in de winter minder kouderecords en een afname in het aantal vorst- en ijsdagen zien. Vergeleken met de periode 1951-1980 zijn er dertien zomerse dagen bijgekomen en dertien vorstdagen verdwenen. In 2019 zijn er in De Bilt veertien hitterecords gevestigd, tegen één kouderecord.

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

Aardbevingen in Nederland

Seismogram van Middelstum

In totaal kende Nederland dit jaar 97 aardbevingen, 89 geïnduceerde bevingen in met name Groningen, en 8 natuurlijke aardbevingen in Limburg. De zwaarste beving vond plaats in Westerwijtwerd op 22 mei met een kracht van 3,4.

Groningen-gasveld

Van de 89 geïnduceerde aardbevingen vonden er 87 plaats in het Groningen-gasveld. Hiervan zijn er 11 met een magnitude groter dan 1,5 op de schaal van Richter. Om de verschillende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt er naar het aantal aardbevingen met een magnitude hoger dan 1,5 gekeken. In de loop van de jaren is het meetnetwerk in Groningen uitgebreid waardoor steeds kleinere bevingen gemeten kunnen worden. Aardbevingen met magnitude van 1,5 en hoger zijn sinds 1991 allemaal gemeten, ook toen er nog met minder instrumenten gemeten werd.

Drie veelgestelde vragen over aardbevingen door gaswinning

Natuurlijke aardbevingen

In 2019 zijn er acht natuurlijke aardbevingen opgetreden, allen in Limburg. In Nederland komen natuurlijke en geïnduceerde aardbevingen voor. Geïnduceerde aardbevingen zijn het gevolg van menselijke activiteit en worden veelal veroorzaakt door de gaswinning. Deze aardbevingen komen met name in Noord-Nederland voor. Natuurlijke aardbevingen zijn het gevolg van platentektoniek en treden op in Brabant en Limburg, waar de Feldbiss- en Peelrandbreuk liggen.

Dit artikel hoort bij: KNMI Jaaroverzicht 2019

Colofon

KNMI Jaaroverzicht, 2019 Jaargang 4

Publicatiedatum
donderdag 09 april 2020
Productie
KNMI
Eindredactie
Femke Goutbeek, cluster Communicatie
Vormgeving
Fotografie: Tineke Dijkstra, Jannes Wiersema, Lennart Turlings en Arnoud Apituley
Internet
http://www.knmi.nl
Copyright
CC0 1.0 Universal