Tekst Sabina van Gils
Foto PR Kilian Wawoe

Hoe heeft corona ons werk veranderd en hoe werken we samen op kantoor ná de crisis? Daar deed organisatiepsycholoog en docent Human Resource Management Kilian Wawoe (VU Amsterdam) onderzoek naar. Hij heeft geen gemakkelijke boodschap voor de collega’s die nooit meer naar kantoor willen. “De ontspannen situatie van sommige thuiswerkers, is ondergeschikt aan de leercurve van de volgende generatie.”

Kilian Wahoe

Kilian W. Wawoe (1972) was tot zijn vertrek bij de ABN-AMRO Bank in 2010 werkzaam in verschillende Human Resources functies in o.a. Nederland, België, Monaco en India.

Thans is hij werkzaam als part-time docent Human Resources management aan de Vrije Universiteit Amsterdam en daarnaast consultant en public speaker.

Is de functie van kantoor veranderd door corona, of is die al jaren aan verandering onderhevig?

“Het kantoor had van oudsher twee functies: kennis vergaren en elkaar ontmoeten. Al in de jaren negentig verdween de eerste functie. Door het internet hoefden we niet meer naar het werk om dossiers in te zien. Informatie werd overal toegankelijk, ook vanuit huis. De tweede functie heeft door de crisis een enorme revolutie doorgemaakt: het thuiswerken dwong ons om elkaar online te ontmoeten. En we kwamen erachter dat dit prima kon.”

Wat heeft een jaar lang thuiswerken met ons gedaan?

“Dat is een vraag die niet eenduidig te beantwoorden is. Er zijn mensen die het mentaal ontzettend zwaar hebben gehad, maar ook mensen voor wie het thuiswerken alleen maar voordelen heeft gehad. Hoe je het vond, hangt af van een aantal dingen: je werkervaring, je kennisnetwerk en je thuissituatie. Een jongere collega die net om de hoek komt kijken en alleen woont, heeft het bijvoorbeeld veel zwaarder gehad dan een collega die al een tijd werkt, met oudere kinderen en een eigen werkkamer. En natuurlijk, het was voor veel mensen niet makkelijk, maar de startende collega’s hebben ervaren collega’s nodig om te weten wat ze moeten doen.”

Mannen en vrouwen ervaren het ook anders, blijkt uit het onderzoek.

“Mensen die wat extraverter zijn en meer behoefte hebben aan contact, hadden het over het algemeen wat moeilijker. Dat zijn in de regel toch wat vaker de vrouwen. Zij hadden het ook zwaarder als er kleine kinderen in het spel waren. Uit het onderzoek blijkt dat zij vaker worstelden met de combinatie opvoeden, thuisonderwijs en werken. Heel rolbevestigend, maar ik kan het niet mooier maken dan het is.”

“Ik ben thuis veel productiever”, was het afgelopen jaar een veelgehoorde uitspraak. Klopt dit eigenlijk wel?

“Laat ik vooropstellen dat mensen zichzelf nogal vaak overschatten. Ongeveer 30 procent van de mensen dacht bijvoorbeeld ook immuun te zijn voor corona. Er zijn aanwijzingen dat sommige werknemers thuis inderdaad productiever waren dan op kantoor, maar productiever is niet altijd beter. Natuurlijk, als je dossiers moet afhandelen of een rapport moet schrijven, kun je thuis goed doorwerken. Dat ligt anders bij mensen bij wie kennisoverdracht een deel van de functie is. Dat gaat vanuit huis toch minder of helemaal niet goed. Met andere woorden: sommige taken kun je prima thuis doen, andere helemaal niet.”

Sommige mensen willen nooit meer terug naar kantoor, terwijl anderen er vijf dagen per week willen zitten. Hoe moet de werkgever hiermee omgaan?

“Een werkgever moet in ieder geval niet alleen maar vragen: wat wil jij? Dan ontstaan er verschillende groepen die allemaal iets anders willen. Het is beter om samen na te denken over de vraag: wat hebben we aan elkaar, en wat hebben we nodig om goed met elkaar te kunnen samenwerken? Daarbij is het belangrijk om eerst de groep aan het woord te laten die het het zwaarst heeft gehad.”

kilian
"We weten: als die omgeving terug verandert, schieten mensen ook weer heel snel terug in hun oude gedrag. De voortekenen zijn dus niet gunstig."

Waarom is dat belangrijk?

“Vergelijk het met olifanten, die bouwen de kudde om de meest kwetsbaren heen. Dat doen wij mensen ook: in een gezin is het belangrijk dat de kinderen een goede basis krijgen, pas dan kunnen ze op eigen benen staan. Dat geldt ook voor organisaties. Kijk, de kracht van VWS zit hem niet in al die individuen, maar wel in hoe ze met elkaar verbonden zijn. Alle VWS’ers moeten op zo’n manier met elkaar samenwerken, dat ze het beste uit elkaar halen. En ja, daarvoor moet je af en toe op kantoor zijn. Dat vindt de ervaren medewerker misschien niet altijd efficiënt, maar het is nodig om de organisatie goed te laten functioneren.”

Dus als de kwetsbaren willen dat we vijf dagen in de week op kantoor zitten, moeten we dat maar weer doen?

“Absoluut niet! Het zou onzinnig zijn om weer met z’n allen in de spits te gaan staan voor een vergadering met dertig man op het ministerie. Dat kan gewoon online. Maar zorg hier voor: als je er bent, doe het dan goed. Ga niet alleen maar in kamertjes vergaderen, maar werk ook een paar uur naast een andere collega. Maak van je tijd op kantoor quality time: draag kennis over, coach en zorg ervoor dat je van elkaar leert.”

Wat gebeurt er als een grote groep collega’s toch besluit om niet meer naar kantoor te komen?

“Dan zullen bepaalde groepen, waaronder de nieuwe en jonge collega’s, zich verloren gaan voelen en sneller kiezen voor een organisatie waar meer wordt samengewerkt en waar aandacht is voor mensen met minder ervaring. Er zal dus steeds minder nieuwe aanwas zijn. Het is misschien niet leuk om te horen, maar de ontspannen situatie van sommige thuiswerkers, is ondergeschikt aan de leercurve van de volgende generatie.”

Heeft de coronacrisis onze manier van werken structureel veranderd, of zijn we over een jaar weer allemaal terug bij het ‘oude normaal’?

“Dat is natuurlijk een beetje koffiedikkijken, maar we hebben het hier over gedragsverandering als gevolg van een veranderende omgeving. En we weten: als die omgeving terug verandert, schieten mensen ook weer heel snel terug in hun oude gedrag. De voortekenen zijn dus niet gunstig. Mijn advies: praat met elkaar, wissel ideeën uit over samenwerken op kantoor, en laat daarbij de mening van de meest kwetsbaren het zwaarst wegen. En bedenk: binding hebben met de organisatie waar we voor werken, het VWS-gevoel, is voor iedereen belangrijk.”