2024 kende een bovengemiddeld druk orkaanseizoen in het Atlantische gebied met achttien tropische stormen, waarvan er elf uitgroeiden tot orkanen. Vijf van deze orkanen bereikten zelfs de zwaarste categorieën. Een oorzaak van het drukke orkaanseizoen was een combinatie van zeer warm oceaanwater en een opkomende La Niña, die op de valreep van 2024 begon. Het orkaanseizoen kende ook een opmerkelijke stilte: tussen medio augustus en medio september ontstond geen enkele orkaan terwijl meestal de piek van het orkaanseizoen in deze periode valt. 

Klimaatverandering speelt een rol  

Het Atlantische orkaanseizoen van dit jaar gaat de boeken in als bovengemiddeld actief. Het orkaanseizoen van 2024 zal vooral herinnerd worden door de vele impactvolle orkanen die we waargenomen hebben: qua schade is dit seizoen namelijk het op-een-na-schadelijkste seizoen ooit (na seizoen 2017), met een totale schade van ruim $200 miljard. En door de vele impactvolle orkanen is de rol van klimaatverandering goed zichtbaar geworden.  

Orkanen versnellen  

Het warme zeewater in de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee speelde een grote rol in dit seizoen. Het water was tot wel 2 graden warmer dan normaal. Dit warme zeewater is een voedingsbodem voor orkanen: orkanen hebben namelijk zeewatertemperatuur van minstens 27 graden Celsius nodig om te kunnen vormen en te kunnen intensiveren. Hoe warmer het water is, hoe meer energie er dus beschikbaar is voor een orkaan om (snel) sterker te worden.   

Dit seizoen maakten zeven orkanen zo’n snelle intensivering door, waaronder orkaan Milton, die in 24 uur tijd van categorie 1 (130 km/u) naar categorie 5 (277 km/u), een toename van maar liefst 147 km/u.  

Meer regen  

Orkanen zijn berucht om de vele regen die ze met zich mee kunnen brengen; het gebeurt vaak dat ze tot wel honderden millimeters aan neerslag kunnen veroorzaken. Klimaatverandering zorgt ervoor dat orkanen steeds vaker steeds meer neerslag bevatten. Dit komt doordat warme lucht meer vocht vast kan houden; hoe warmer de lucht wordt (door de opwarming van de aarde), hoe meer neerslag er dus kan vallen. Ook dit jaar werd dit weer goed zichtbaar: orkanen Debby en Helene zorgden in de Verenigde Staten voor grootschalige overstromingen.  

Orkanen dichterbij Europa 

Het warme zeewater heeft nog een ander effect: het zorgt er namelijk ook voor dat orkanen verder noordwaarts, richting Europa, kunnen trekken. Dit komt omdat het water overal opwarmt en het gebied waar de grens van 27 graden Celsius dus wordt bereikt, ook steeds verder noordwaarts komt te liggen. Afgelopen seizoen zagen we orkaan Kirk richting Europa trekken. Kirk miste Nederland, maar zorgde wel voor veel neerslag in Frankrijk en Spanje.  

Verloop van seizoen 

Het verloop van dit orkaanseizoen laat ook effecten van klimaatverandering zien. Warm zeewater speelde hierin een grote rol, omdat dit orkanen helpt ontstaan en sterker maakt. Normaal worden zware orkanen (categorie 3 of sterker) vooral tussen augustus en oktober verwacht. Dit jaar zagen we echter al eind juni de eerste zware orkaan: Beryl. Deze orkaan bereikte op 2 juli een windsnelheid van 270 km/u en was daarmee de vroegste categorie 5 orkaan ooit. Beryl ontstond bij Barbados. Normaal is het zeewater in die periode rondom Barbados nog te koud om orkanen te laten ontstaan, maar afgelopen juni was het al warm genoeg was. 

Druk einde van het seizoen 

Opmerkelijk was dat tussen augustus en september, normaal de drukste maanden, afgelopen seizoen geen enkele orkaan ontstond. Toch eindigde het seizoen met veel zware orkanen. Florida werd zwaar getroffen door twee orkanen in twee weken tijd: Helene (eind september) en Milton (begin oktober). De laatste storm van het seizoen, Sara, veroorzaakte grote overstromingen in Honduras en Belize. 

Afgelopen orkaanseizoen laat opnieuw zien hoe klimaatverandering orkanen krachtiger en schadelijker maakt. Het KNMI blijft deze ontwikkelingen nauwgezet volgen.