2024 was samen met 2023 het warmste jaar in Nederland sinds het begin van de metingen in 1901. De zeespiegel stijgt en het weer wordt extremer. Er zijn in Nederland meer dagen met zware neerslag en steeds minder ijsdagen, en ook wereldwijd hebben we het afgelopen jaar op allerlei plekken extreem weer gezien dat past in het patroon van het veranderende klimaat. Een grote vraag van veel mensen blijft: waar maken we ons eigenlijk druk om? Die opwarming bedraagt maar een paar graden, minder dan het temperatuurverschil tussen dag en nacht of zomer en winter. Het antwoord is natuurlijk dat die opwarming ook andere effecten meebrengt die om maatregelen vragen, zoals de stijgende zeespiegel en extremere regen, hitte en droogte. Dat raakt individuele burgers en bedrijven, maar bijvoorbeeld ook het werk van Rijkswaterstaat, veiligheidsregio’s en banken en verzekeraars. 

KNMI-hoofddirecteur Maarten van Aalst

Veel mensen herinneren zich 2024 vermoedelijk niet als warm, maar vooral nat. En dat was het ook. Door de opwarming neemt extreme regenval toe, zoals we zagen in Twente, waar het water kniehoog op de snelweg A1 stond. Het weer is grillig en weersextremen zijn per definitie zeldzaam, maar we zien de patronen veranderen: in de piekbuien van 2024 en eerder bij de overstromingen in Limburg. Maar ook in de jaren met droge en hete zomers, waarin we voor het eerst de 40°C aantikten en moesten schipperen met te weinig water voor scheepvaart, landbouw en natuur. Een grilliger klimaat is onze nieuwe realiteit. 

2024 stond in het teken van een snel veranderend klimaat, maar ook van snelle ontwikkelingen in technologie en onze omgeving. Daarbij hebben we als instituut prachtige resultaten bereikt. Zoals de omschakeling van onze eigen HPC naar de gezamenlijke supercomputer in IJsland; de lancering en goedkeuring van nieuwe satellieten zoals EarthCARE en TANGO en de eerste operationele resultaten van de derde generatie Meteosat; de succesvolle afronding van het Early Warning Centre-programma en de lancering van onze nieuwe KNMI-app; de start van een automatische weerstation in het Limburgse Horst en de drukbezochte open dag in het Weekend van de Wetenschap. Maar ook de viering van onze 170ste verjaardag en uiteraard dat we ook in 2024 weer een heel jaar lang elke dag Nederland voorzien hebben van actuele weerinformatie en gewaarschuwd hebben als het ertoe deed.  

Mogelijk wordt 2025 het jaar dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen gaat dalen, maar vermoedelijk gaat dat te langzaam om de doelen van Parijs goed in beeld te houden. En dat betekent toenemende uitdagingen. Uitdagingen om wereldwijd de inspanningen verder op te voeren om ons samen aan onze Parijse afspraken te houden. Maar ook uitdagingen om Nederland veilig en welvarend te houden in een veranderend klimaat met nieuwe risico's. Structureel door ons aan te passen, maar ook op korte termijn door beter voorbereid te zijn op extreem weer en onze weerswaarschuwingen op orde te hebben. Het KNMI levert daaraan een bijdrage door elke dag te meten, 24/7 het weer in de gaten te houden, onderzoek te doen en zo meer te kunnen zeggen over hoe extreem weer Nederland raakt, ook in een grilliger klimaat.  

Maarten van Aalst   
Hoofddirecteur KNMI