Tekst Denise Hilhorst
Foto Kick Smeets (Jordy), René Verleg (Richard), Hans Roggen (Ben) illustratie: Marco Faasen

Voetballen, hockeyen of een zondags rondje op de (wielren)fiets. Nederland is volop in beweging. Soms ook op een bijzondere manier. VWS’ers vertellen wat hun niet alledaagse sport hen brengt.

JordyKick boks
Jordy Beekwilder (24) stagiair Beveiligingsautoriteit VWS Concern
jordyKick1

‘Met voetbal had ik meer blessures’

“Mijn vader, oom en neef waren altijd al actieve kickboksers. Ik vond het eerst niks; ik speelde veel liever voetbal. Naarmate ik ouder en steeds competitiever werd, haalde ik daar minder voldoening uit. Toen ben ik toch overgestapt op het kickboksen. Op mijn vijftiende had ik mijn eerste wedstrijd. Ik ben nu actief in de hoogst haalbare klasse. Ik train bij twee verschillende sportscholen. Iedereen heeft zijn eigen manier van lesgeven, en zo train ik ook steeds met andere jongens. Meestal boks ik twee keer op een dag. Ik heb altijd vanuit school de ‘topsport status’ gehad. Nu ik fulltime stage loop, ga ik ’s ochtends voor het werk, in de pauzes of ’s avonds.

Hardlopen en fitness maken deel uit van de training, maar daar haal ik lang niet zo veel voldoening uit. Dat doe ik alleen om mijn lichaam te trainen en mijn conditie op peil te houden. Als ik echt gekickbokst heb, dan slaap ik veel beter en ben ik veel rustiger. In balans, lijkt het. Uit wedstrijden haal ik veel voldoening. Ik ben helemaal zelf verantwoordelijk voor mijn eigen resultaat. Ik snap dat mensen denken: je slaat elkaar de hersens in, is dat leuk? Zo zie ik het niet, ik zie kickboksen als een tactisch spelletje. Net als schaken eigenlijk. Je moet nadenken, je moet kijken wat je tegenstander doet, bedenken hoe je daarop reageert. Een klap krijgen hoort erbij, maar ik had met voetbal meer blessures. Tijdens wedstrijden heb ik zo veel adrenaline in mijn lichaam, dat ik het ook gewoon niet voel.”

Richardbowling2
Richard Addae (28) adviseur beveiliging directie Bestuurlijke en Politieke Zaken
Richard_bowling

‘De perfecte strike kun je horen’

“Op kinderfeestjes ging ik vroeger vaak bowlen, superleuk vond ik dat! Vanaf mijn tiende ben ik het als sport gaan doen. En nu, achttien jaar later, bowl ik nog steeds. Mensen zijn verrast als ik vertel dat bowlen echt een technische en tactische sport is. Het wordt toch vaak als puur recreatief gezien of als ‘lekker smijten met ballen’ om je agressie kwijt te raken. Het tegenovergestelde is waar. Om goed te kunnen bowlen, moet je zo ontspannen mogelijk zijn. Het mooiste vind ik een strike gooien, dat geeft zo’n positieve ontlading. De perfecte strike kun je horen, daarvoor hoef je niet eens naar de baan te kijken.

Ik heb een hele tijd intensief getraind en veel aan wedstrijden meegedaan, maar nu bowl ik nog vooral voor het plezier. Daarnaast hoop ik binnenkort gekozen te worden als bestuurslid van de Nederlandse Bowling Federatie, daar loop ik al een half jaar mee. Eerder was ik al voorzitter van de bowlingvereniging in Scheveningen. En ik geef ook nog trainingen; het doet me goed om beginnende leden vooruit te zien gaan. Mijn prijzenkast staat nog bij mijn moeder in Limburg. Eén prijs is wel heel bijzonder. Ik was nog jeugdlid, maar ik deed bij de verenigingskampioenschappen mee bij de senioren. Na alle games hadden een senior-lid en ik precies dezelfde score. We gooiden nog een paar ballen om te bepalen wie er zou winnen. Alle ogen waren op ons gericht. Het enthousiasme van alle senior-leden toen ik won, vergeet ik nooit meer.”

benhond2
Ben Baldwin, MT-lid directie Wetgeving en Juridische Zaken
ben_hond

‘Tien kilometer met Raf’

“Ik was negen toen wij thuis een hond kregen. We woonden in het buitenland, ik sprak de taal niet en ik had nog geen aansluiting in de buurt. Het leek mijn ouders een goed kameraadje voor mij. Daarna heb ik bijna altijd honden gehad. Ik vind dat een hond goed moet luisteren. Na de puppy- en basiscursussen wilde ik graag iets leren wat praktisch toepasbaar is. Daarom train ik mijn hond Raf, een vijfjarige Irish Kerry blue terriër, als reddingshond. Hij was zeven maanden toen ik ermee begon. Het trainen van je hond als reddingshond is een internationaal erkende sport. Raf en ik krijgen dan ook de nodige lichaamsbeweging; tijdens de trainingen loop ik doorgaans zo’n tien kilometer.

Raf leert in welke situaties hij terecht kan komen en waar hij slachtoffers kan vinden. Bij onze vereniging hebben we daarvoor een heus ‘puindorp’ gebouwd. In Nederland hebben we gelukkig niet zo veel aardbevingen of mensen die de weg kwijtraken in de wildernis. Als er al zoiets gebeurt, worden eerst de professionals met hun honden ingezet. Ik reken er dan ook niet op dat Raf ooit als reddingshond wordt ingezet. Ik vind dat geen probleem; voor mij gaat het toch meer om de sport. En daar vermaak ik me elke zaterdag enorm mee. Ik speel verstoppertje in de bossen of op de heide, of ik loop door het puin van een afgebroken gebouw. Twee dingen die ik als kind ook al leuk vond!”