Tekst Marc Mijer
Foto Tineke Dijkstra

Is het, als je in 2012 bij de allereerste Nederlandse circulaire projecten betrokken was, geen mosterd na de maaltijd om in 2021 tot Circular Hero te worden uitgeroepen? Niet voor Klaske Kruk. Ze beschouwt het als een eer, maar vooral ook als een stimulans. Circulaire economie is voor vele partijen nog steeds iets nieuws, dat te weinig prioriteit krijgt. Er moet dus nog flink aan getrokken worden. Als je daar al tien jaar mee bezig bent, vormt een award een mooie aanmoediging om ermee door te gaan. Sinds 2017 doet Klaske dat met haar eigen bedrijf Circularities. Met onder meer trainingen en masterclasses wil Circularities het voor iedereen bij bedrijven en overheden begrijpelijk maken waarom de transitie naar een circulaire economie belangrijk is, en hoe iedereen daar concreet aan kan bijdragen.

Veranderings(bege)leider Klaske Kruk is oprichter van Circularities. In 2021 werd zij, samen met Thomas Rau en Guido Braam, uitgeroepen tot Circular Hero.

Verschilmakers

Dat een directeur een rol kan spelen, begrijpt iedereen. Maar wat kan bijvoorbeeld een marketeer doen? Klaske: “Een marketeer denkt: mijn klanten vragen niet naar circulariteit, dus ik begin er niet over. Maar hij of zij kan het ook zelf agenderen. Als de klant het interessant vindt, kan vervolgens nagedacht worden over het innoveren van diens product om het circulair te maken. En daar boekt de marketeer weer succes mee binnen zijn of haar eigen organisatie. Marketeers kunnen dus een enorm vliegwiel zijn. En dat geldt voor veel meer functies en rollen.”
Dat neemt niet weg dat circulariteit voor velen abstract blijft. Dat herkent Klaske. “Hoe ziet circulariteit er uit? Het is nieuw, dus daar heb je verbeeldingskracht voor nodig. Of goede voorbeelden. Die geven wij voor zowel bedrijfsleven als overheid in ons magazine ‘Verschilmakers’. Daarin laten wij mensen vertellen over hun intrinsieke motivatie om met circulariteit aan de gang te gaan, en hoe ze het vervolgens voor elkaar hebben gekregen. Inclusief de financiering.”

“Voorts ben ik van mening dat… er meer aandacht voor moet zijn dat de circulaire transitie voor 75% afhankelijk is van gedragsverandering en intrinsieke motivatie, en voor slechts 25% van technologie en grondstoffen.”

De rol van de regio

Een voorbeeld uit ‘Verschilmakers’ (editie decentrale overheden) gaat over de samenwerking in Gelderland tussen provincie, gemeenten, lokale ondernemers, boeren, horeca en cateraars. Via korte ketens spannen zij zich ervoor in om het aandeel van lokaal en plantaardig voedsel te vergroten. Hoe belangrijk is die regionale samenwerking? “Zeer belangrijk! De circulaire economie kun je niet op rijksniveau bedenken, maar alleen op regionaal niveau. Daar kennen partijen elkaar, kunnen zij projecten opstarten, regionale obstakels overbruggen en regionale kansen pakken. Er moeten daarom meer middelen naar de regio’s toe. De focus ligt nu teveel op technologische innovatie, op individuele bedrijven met pilots en op grondstoffen. Maar het gaat om praktische processen en om goede voorbeelden die dichtbij de mensen staan. Daarmee inspireer je meer personen dan met de boodschap dat de wereld vergaat. Je moet laten zien dat circulariteit mogelijk is, en dat iedereen erbij kan horen.”