Foto Multi Purpose Vessel de Merwestroom

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wil in 2030 een klimaatneutrale organisatie zijn. Op deze pagina rapporteren we over onze aanpak voor deze doelstelling en onze resultaten in 2023. Op de pagina Onze zakelijke mobiliteit gaan we verder in op het reduceren van de CO₂-uitstoot van het zakelijke vervoer door onze collega’s. 

Rol, doelstelling en aanpak IenW

Om de doelen van het Klimaatakkoord, het akkoord van Parijs en de agenda van de Sustainable Development Goals (SDG’s) te halen, moeten we in 2030 klimaatneutraal zijn. Daarom zoeken we naar manieren om ons energieverbruik te verminderen en de energie die we verbruiken duurzaam op te wekken. Als ondersteuning van dit doel werken we met de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Organisatie.  

Voor onze uitstoot sturen we op een reductie van CO₂. Hiervoor vergelijken we onze huidige CO₂-uitstoot met de uitstoot in 2009 (177 Kton CO₂), ons referentiejaar. We verminderen de CO₂-uitstoot van de Rijksrederij door de schepen op een efficiënte manier in te zetten en door het bijmengen van biobrandstof. Op de lange termijn zetten we bovendien in op een klimaatneutrale vloot. Verder verminderen we de CO₂-uitstoot door het reduceren van het energieverbruik van onze gebouwen, kunstwerken (zoals bruggen en sluizen) en openbare verlichting. Als onderdeel van de portefeuilleaanpak gaan onze gebouwen in de komende jaren ook van het gas af, wat eveneens bijdraagt aan uitstootreductie. Ook verminderen we onze CO₂-uitstoot door de voertuigen in ons wagenpark duurzaam te vervangen.  

Intussen werken we aan het vergroenen van ons elektriciteitsverbruik. We hebben een energie-inkoopovereenkomst afgesloten met een energieleverancier die een windmolenpark heeft gerealiseerd op het IenW-beheergebied de Tweede Maasvlakte. Vanaf 1 januari 2024 wekt IenW daarmee al zijn elektriciteitsgebruik zelf op. We zijn vanaf 2024 dus klimaat- en energieneutraal voor ons elektriciteitsgebruik. Voordat het windmolenpark op de Tweede Maasvlakte actief was, kochten we groene elektriciteit uit Nederland in met Garanties van Oorsprong (GVO’s).  

Het is altijd beter om lokaal opgewekte stroom lokaal te gebruiken. Dit doen we bijvoorbeeld met het project Laden op Zon, waarbij zonnepanelen en laadpalen onderling slim aangestuurd worden. Hierdoor wordt er zoveel mogelijk geladen op de zonne-energie zonder het elektriciteitsnetwerk extra te belasten. Ook stellen we ons beheergebied beschikbaar voor elektriciteitsopwekking voor derden. Hierover lees je meer op de pagina over de Energietransitie.

Luchtfoto Windpark Maasvlakte 2
Luchtfoto Windpark Maasvlakte 2

Sturen en meten

Om te sturen op onze doelstellingen en de voortgang daarvan te meten en te verantwoorden, gebruiken we de CO₂-Prestatieladder. Door het hanteren van deze methodiek, die emissies in verschillende scopes indeelt volgens het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol), zijn we voor de buitenwereld goed vergelijkbaar met andere organisaties die dezelfde methode gebruiken (zie de pagina CO₂-Prestatieladder). In deze methode zijn ook de richtlijnen van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO) opgenomen. In het CO₂-Managementplan 2023-2024 wordt toegelicht hoe we de richtlijnen van de CO₂-Prestatieladder en de SKAO volgen. De invulling en uitvoering van deze methode zijn terug te lezen op de pagina Hoe is dit verslag tot stand gekomen?

De CO₂-uitstoot van het energiegebruik van de eigen organisatie bestaat uit directe CO₂-uitstoot door verbranding van brandstoffen (scope 1) en uit indirecte CO₂-uitstoot door met name elektriciteitsverbruik (scope 2). Daarnaast rekenen we, op voorschrift van de CO₂-Prestatieladder, ook de indirecte CO₂-uitstoot mee die het resultaat is van zakelijke reizen (scope 3: zakelijke reizen). Hier wijkt de CO₂-Prestatieladder af van het GHG Protocol.  

De CO₂-uitstoot van de diensten en producten die we inkopen, op de zakelijke reizen na, wordt niet in de KCO meegerekend (overige scope 3-emissies, oftewel ketenemissies). Hoe we de ketenemissies voor onze infraprojecten reduceren, beschrijven we op de pagina over Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur. Op de pagina Hoe is dit verslag tot stand gekomen? leggen we uit welke uitstoot we per scope meenemen in de berekening van onze jaarlijkse CO₂-voetafdruk.  

Concrete resultaten 2023

CO₂-uitstoot per categorie in de bedrijfsvoering in 2023

CO₂-uitstoot per categorie in de bedrijfsvoering in 2023
CategorieCO2 (kton)Aandeel (%)% tov 2022
Elektriciteit28,633%-12%
Brandstof schepen Rijksrederij39,345%-2%
Wagenpark6,78%-5%
Huisvesting gas en warmte4,15%-12%
Vliegreizen3,64%90%
Privé auto's voor zakelijk verkeer3,34%23%
Diesel en propaan beheer RWS*11%23%
Openbaar vervoer voor zakelijk verkeer0,40%24%
Eindtotaal87-3%

*Het gaat hier om diesel die gebruikt wordt in het primaire proces. Vooral voor noodstroomvoorzieningen, in enkele gevallen ook voor verwarming. Propaan is voor de verwarming van locaties die geen gasaansluiting hebben. 

Brontabel als csv (363 bytes)

CO₂-uitstoot bedrijfsvoering per organisatieonderdeel 2019-2023 (in kton)

CO₂-uitstoot bedrijfsvoering per organisatieonderdeel 2019-2023 (in kton)
Organisatieonderdeel20192020202120222023
BSK IenW1,50,40,31,12,2
ILT1,50,811,21,5
KNMI10,60,50,70,8
PBL0,30,100,10,1
RWS10887938782
Eindtotaal11289959087
Brontabel als csv (196 bytes)

Ontwikkeling CO₂-uitstoot IenW 2009-2023

Ontwikkeling CO₂-uitstoot IenW 2009-2023
JaarCO2 (kton)
2009177
2010185
2011179
2012175
2013178
2014171
2015153
2016119
2017117
2018114
2019112
202089
202195
202290
202387
Brontabel als csv (163 bytes)

Voor onze CO₂-reductiedoelstellingen kijken we terug naar 2009. Voor dit jaar maakten we onze eerste CO₂-voetafdruk (onze nulmeting). Ten opzichte van 2009 is onze CO₂-uitstoot met 51% afgenomen. Daarmee behaalden we al onze doelstelling voor 2024 (40% CO₂-reductie in 2024 ten opzichte van 2009). Daarom is besloten onze reductiedoelstelling te verhogen naar 75% in 2027. Met de komst van het windpark op de Tweede Maasvlakte veroorzaken we geen uitstoot meer voor het gebruik van elektriciteit. De uitdaging ligt nu bij de reductie van de uitstoot van de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals het dieselverbruik van de Rijksrederij. 

Ons absolute elektriciteitsverbruik in 2023 verschilt niet heel veel van het jaar ervoor. De lichte afname van de CO₂-uitstoot in 2023 ten opzichte van 2022 is vooral bereikt omdat de emissiefactor voor de omrekening van het elektriciteitsverbruik naar CO₂ verlaagd is (zie kader). Bij de Rijksrederij is er een CO₂-reductie gerealiseerd door een toenemende bijmenging van biodiesel. Bij het wagenpark is er minder diesel en meer elektriciteit verbruikt, wat heeft geleid tot een CO₂-reductie. Bij huisvesting is er minder gas verbruikt: niet alleen door korte termijn maatregelen, maar ook door al langer geplande structurele maatregelen, zoals de warmtepomp bij het kantoor aan de Papendorpseweg.  

'Een opvallende stijging is er te zien bij vliegreizen'

Een opvallende stijging is er te zien bij vliegreizen. Een belangrijke oorzaak van deze stijging is een wijziging in de rekenmethode. Waar eerder werd gerekend met een algemeen landelijk gemiddelde emissiefactor per vliegtuigkilometer, is er dit jaar voor het eerst een onderscheid gemaakt in de klasse waarin gevlogen is. Omdat vluchten van IenW vaak over lange afstanden gaan, is er vaker dan het algemeen landelijk gemiddelde sprake van een businessclass-vlucht met meer CO₂-emissie per kilometer. Het aantal kilometers vliegreizen is daarnaast ook gestegen (zie hoofdstuk Onze zakelijke mobiliteit).

De resultaten zijn: 

  • Totale CO₂ emissie: 87 kiloton (51% minder dan in 2009) 
  • Verbranding van brandstoffen (scope 1): 51 kiloton (20% minder dan in 2009, voor 7% bijdragend aan de totale reductie van 51% ten opzichte van 2009) 
  • Indirecte CO₂-uitstoot door met name elektriciteitsverbruik (scope 2): 29 kiloton (72% minder dan in 2009), voor 42% bijdragend aan de totale reductie van 51% ten opzichte van 2009) 
  • Zakelijk reizen (scope 3): 7 kiloton (20% minder dan in 2009, voor 1% bijdragend aan de totale reductie van 51% ten opzichte van 2009) 

De CO₂-emissiefactor

Omdat we de CO₂-Prestatieladder gebruiken als instrument om te sturen op CO₂-reductie, mogen we alleen groene stroom uit Nederland als groen rapporteren. Europese stroom wordt volgens de regels van dit instrument niet als groene stroom gezien. We zijn dus verplicht om de Europese groene stroom die we inkopen te vermelden als grijze stroom (stroom uit niet-hernieuwbare energiebronnen). De mix aan energiebronnen die is gebruikt voor het maken van grijze stroom, verschilt echter. Voor het berekenen van de hoeveelheid CO₂ die vrijkomt bij het verbruik van grijze stroom, maken we gebruik van de grijze stroom-emissiefactor van het samenwerkingsinitiatief CO₂-emissiefactoren. Deze emissiefactor wordt jaarlijks bijgesteld, afhankelijk van de daadwerkelijk gebruikte mix aan gas, kolen en groene energiebronnen in dat jaar. Omdat deze factor flink is verlaagd in 2023 (van 523 g/kWh in 2022, naar 456 g/kWh in 2023), ligt onze CO₂-uitstoot voor dit jaar ook lager.

'Vanaf 1 januari 2024 wekken we al onze elektriciteit zelf op'

De Tweede Maasvlakte 

Vanaf 1 januari 2024 wekken we al onze elektriciteit zelf op, vanaf het windpark op de Tweede Maasvlakte. Dit in opdracht van ons gebouwde windpark, gelegen op de buitenste rand van de Tweede Maasvlakte, heeft een vermogen van 116 megawatt, met een verwachte productie van 416 GWh . Het voorziet niet alleen ons hele ministerie van groene stroom, ook andere ministeries kunnen gebruikmaken van de opbrengst van het park. Voordat het windpark officieel in bedrijf werd genomen, is het in 2023 eerst nog uitvoerig getest. Met de komst van het windmolenpark genereren we geen CO₂-uitstoot meer voor het gebruiken van elektriciteit.  

Bij het realiseren van het windpark is veel aandacht geweest voor de effecten van het windpark op de omgeving, waaronder recreatie en ecologie. Toch vraagt de inpassing van het park iets van de omgeving. Zo kan er bijvoorbeeld niet meer worden gekitesurft op de locatie, omdat dit onveilig is bij de windturbines. 

Slim energiegebruik

De overbelasting van het Nederlandse energienetwerk (netcongestie) vormt een bedreiging voor onze verdere duurzaamheidsambities. Het plaatsen van nieuwe warmtepompen of laadpalen is op veel locaties namelijk niet mogelijk, omdat we voor deze aansluiting op het elektriciteitsnetwerk al aan onze stroompiek zitten. 

Deze drukte op het elektriciteitsnetwerk maakt duidelijk dat we op een andere manier naar ons energieverbruik moeten kijken. Energiebesparing blijft een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsvoering. Maar het verbruiken van energie op de juiste momenten wordt ondertussen steeds belangrijker. Zo wordt er in de zomer bijvoorbeeld veel meer energie opgewekt dan verbruikt. We onderzoeken momenteel hoe we ons verbruik zo goed mogelijk aan kunnen passen aan het aanbod (dynamisch energieverbruik). Zo heeft TNO in 2023 onderzoek gedaan naar het gebruik van batterijen in tunnels. Hieronder lees je hier meer over. 

De energie-uitdagingen van het Topshuis

Voor de bediencentrale Topshuis op de Oosterscheldekering staat een vervanging van fossiele warmtebronnen door warmtepompen gepland. De netbeheerder staat de komende jaren echter geen verdere uitbreiding van het contract toe. Daarom wordt nu verkend hoe het Topshuis en de Oosterscheldekering in de (toekomstige) elektriciteitsvraag kunnen worden voorzien, door middel van lokale opwekking en opslag van duurzame energie, in combinatie met slim energiemanagement.

Vanaf 1 januari 2024 heeft IenW een dynamisch energiecontract voor de grootverbruik-stroomaansluitingen. Hierbij kopen we elektriciteit in op basis van uurprijzen. Dit geeft ons ook een financiële impuls om energie af te nemen op de momenten dat het vaak duurzame aanbod hoger is dan de vraag, en de prijs dus lager.  

Energieontwikkeling

Het energieverbruik van IenW bestaat uit elektriciteit en brandstoffen. Er zijn besparingen gerealiseerd bij met name verlichting van snelwegen en tunnels. Voorbeelden hiervan zijn het plaatsen van ledverlichting langs de A7 en de A9 in Noord-Holland en in de Heinenoordtunnel. Hier tegenover staat juist een stijgend verbruik (5%) van gemalen. In de afgelopen 5 jaar is dit niet zo hoog geweest. Dit komt doordat 2023 zowel het droogste als het natste jaar is geweest sinds de metingen door de KNMI, waardoor er veel gepompt moest worden om het waterpeil te beheersen. 

Elektriciteitsontwikkeling (Terajoule) IenW 2019-2023

Elektriciteitsontwikkeling (Terajoule) IenW 2019-2023
Energieverbruik elektriciteit (TJ)20192020202120222023
Openbare verlichting en verkeersregel- installaties226223228221214
Tunnels143142155151143
Huisvesting118105103102104
Sluizen en stuwen10093929090
Pompen en gemalen5463537377
Overig4241434247
Brug en dam1817181717
Eindtotaal701684693697692

De categorie ‘Overig’ is dit jaar aangevuld met het elektriciteitsverbruik van schepen van de Rijksrederij via walstroom. Dit betrof in totaal 4TJ.

Brontabel als csv (348 bytes)

Brandstofontwikkeling (Terajoule) IenW 2019-2023

Brandstofontwikkeling (Terajoule) IenW 2019-2023
Energieverbruik brandstoffen (TJ)20192020202120222023
Brandstof schepen Rijksrederij415328457442455
Diesel en propaan beheer RWS1320161012
Huisvesting gas en warmte104981078580
Wagenpark11789878481
Eindtotaal649534668621628
Brontabel als csv (260 bytes)

De Rijksrederij

De Rijksrederij beheert, bemant en onderhoudt specialistische schepen voor diverse overheidsorganisaties, zoals de Douane, de Kustwacht, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid en Rijkswaterstaat. De voornaamste taken zijn handhaving, toezicht, vaarwegmarkering, onderzoek en meten. De vloot van de Rijksrederij bestaat uit ruim 90 schepen met een gemiddelde leeftijd van circa 26 jaar en bestaat uit zeeschepen én schepen voor de Nederlandse binnenwateren.

Diverse schepen van de Rijksrederij 
Diverse schepen van de Rijksrederij 

Alle schepen varen nog op fossiele brandstoffen. Door de hoge vermogens en draaiuren veroorzaken ze veel uitstoot ten opzichte van onze totale CO₂-uitstoot. Omdat we onze CO₂-emissies in andere delen van de organisatie sneller kunnen verlagen, is de uitstoot van de Rijksrederij sinds een aantal jaar zelfs verantwoordelijk voor het grootste aandeel in de totale uitstoot van de bedrijfsvoering van IenW: 45% in 2022 (40,1 Kton) en ook 45% in 2023 (39,3 Kton). In 2024 zal dit aandeel naar verwachting oplopen naar circa 70%. Door de ingebruikname van het windpark op de Tweede Maasvlakte valt de uitstoot door elektriciteit namelijk weg.

Het Vlootprogramma

Omdat de vloot van de Rijksrederij sterk is verouderd, is in 2020 een Vlootprogramma opgesteld. Het doel van dit programma is om de vloot te vernieuwen, verjongen en verduurzamen. Er is gestart met het uitwerken en realiseren van de eerste 3 prioritaire projecten, maar de realisatie van het hele programma verloopt minder hard dan gewenst. Vanwege de hoeveelheid schepen en de mogelijke investering vergt een besluit daarover meer tijd. Dit leidt tot vertraging bij het realiseren van een klimaatneutrale vloot. De eerste nieuwe duurzame schepen zullen naar verwachting in 2030 in de vaart komen. Er wordt momenteel gezocht naar reële mogelijkheden om het productievermogen om nieuwe schepen aan te besteden te vergroten. Dat vraagt om organisatie-aanpassingen binnen de Rijksrederij en de uitvoering van de afspraken uit de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. 

'De uitstoot is geleidelijk gedaald door onze schepen efficiënter te gebruiken en door de toepassing van biobrandstof op 8 zeeschepen'

Het blijkt lastig te zijn om de uitstoot van de schepen van de Rijksrederij te verlagen. Vanaf de oprichting van de Rijksrederij in 2009 is de uitstoot geleidelijk gedaald door onze schepen efficiënter te gebruiken en door de toepassing van biobrandstof op 8 zeeschepen. Deze verlaging is echter weer tenietgedaan door de uitbreiding van de vloot met 3 Emergency Response & Towing Vessels (ERTV’s). Deze 3 schepen verbruiken veel brandstof en zijn momenteel gezamenlijk verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het totale brandstofverbruik. In de huidige markt zijn nog geen duurzame ERTV's beschikbaar.  

Deze ERTV's worden ingezet voor de bescherming van de Waddeneilanden en de windparken voor de Nederlandse kust. De toename van het aantal windparken op zee zorgt dus ook voor een verhoogde vraag naar ERTV’s (en naar Multi Purpose Vessels (MPV’s)) voor handhaving en toezicht in deze windparken. 

Het energieverbruik van de vloot van de Rijksrederij is met 3% toegenomen ten opzichte van 2022. De toename van het brandstofverbruik kwam vooral door het gebruik van de ERVT's. De overige schepen lieten juist een afname zien van 6%. Ondanks dat er meer energie is verbruikt, is de CO₂-uitstoot dit jaar met 2% gedaald. De ERTV's verbruikten minder brandstof dan vooraf werd verwacht en twee van de drie ERTV's zijn (deels) op biobrandstof gaan varen. Overigens is er altijd een natuurlijk variatie in het brandstofverbruik van de schepen vanwege weersomstandigheden of veranderende inzet. 

Verbruik en uitstoot Rijksrederij

Verbruik en uitstoot Rijksrederij
2021202220232023 t.o.v 2022
Energieverbruik Rijksrederij (TJ)4574224553%
CO2-uitstoot Rijksrederij (kton CO2)41,240,139,3-2%
Brontabel als csv (140 bytes)

Voor 2024 is er extra budget beschikbaar voor een verhoogde toepassing van biobrandstof op een aantal andere zeeschepen. Er is ook budget ter beschikking gesteld vanuit het Europese Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) en het Klimaatfonds voor de bouw van klimaatneutrale ERTV’s en MPV’s voor de windparken. Als we erin slagen om deze extra ERTV’s en MPV’s te voorzien van een klimaatneutrale aandrijving, dan zal de uitstoot ondanks de uitbreiding van de vloot met deze grote schepen niet stijgen. 

CO₂-uitstoot Rijksrederij per opdrachtgever

CO₂-uitstoot Rijksrederij per opdrachtgever
OpdrachtgeverCO2 (kton)Percentage
Rijkswaterstaat15,740%
Kustwacht18,246%
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit4,512%
Douane0,92%
Totaal39,3100%
Brontabel als csv (177 bytes)

Energieverbruik gebouwen

We hebben de wettelijke plicht om in 135 kantoren van Rijkswaterstaat alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. De Omgevingsdienst Nederland is in 2023 akkoord gegaan met ons voorstel voor een portefeuilleaanpak bij het nemen van deze maatregelen. In plaats van een individuele beoordeling van al onze gebouwen, worden nu de gemiddelde energieprestaties van onze hele vastgoedportefeuille samengebracht. Dit betekent dat we niet alle gebouwen tegelijkertijd hoeven te verduurzamen, maar op passende momenten maatregelen kunnen nemen voor een locatie. Twee belangrijke voorwaarden hierbij zijn dat we in de periode 2023–2026 jaarlijks 5,5% op het fossiele energieverbruik en 3,5% op het totale energieverbruik besparen en hierover ook jaarlijks rapporteren aan de Omgevingsdienst Nederland. Voorlopige resultaten laten zien dat we aan deze voorwaarden kunnen voldoen voor het jaar 2023. 

We richten ons bij het uitvoeren van de portefeuilleaanpak op het voldoen aan energielabel C in 2026 en aan energielabel A in 2030. Ook willen we dan van het gas af zijn. We zijn ons ervan bewust dat dit een uitdagende ambitie is. Van het gas af gaan betekent dat we onze gebouwen moeten isoleren en gebruik moeten maken van warmtepompen of andere apparaten die veel elektriciteit vragen. Dat kan leiden tot congestie op het elektriciteitsnet. Deels kunnen we dit opvangen met maatregelen als zonnepanelen en batterijen. Maar uiteindelijk is dit een risico voor de realisatie van de portefeuilleaanpak.   

In 2023 maakte de verkeerscentrale op de locatie Utrecht Papendorp voor het eerst een jaar lang gebruik van de in december 2022 geplaatste warmtepomp. Uit de cijfers blijkt dat het gasverbruik in 2023 met ongeveer 90% is afgenomen. Dit is ook mede veroorzaakt door de lage stookbehoefte, vanwege de relatief warme winter. 

'Batterijen in tunnels kunnen ons helpen om de overbelasting op het elektriciteitsnetwerk te verminderen'

Energieverbruik infrastructuur

Batterijen in tunnels kunnen ons helpen om de overbelasting op het elektriciteitsnetwerk te verminderen. We reserveren altijd een grote capaciteit voor onze tunnels, maar hebben deze capaciteit alleen nodig in het geval van een calamiteit. In 2023 heeft kennisinstelling TNO voor ons onderzocht of het mogelijk is om een batterij in een tunnel te plaatsen die de piek van zo’n calamiteit op kan vangen.  

We zien hierbij meerdere voordelen. Met een batterij hoeven we namelijk minder capaciteit te reserveren bij de netbeheerder, waardoor we de belasting van het netwerk verminderen. De batterij kan ingezet worden om flexibeler in te spelen op het duurzame elektriciteitsaanbod. En het helpt ons om, in het geval van stroomuitval, nog enkele uren elektriciteit beschikbaar te hebben in onze tunnels. De resultaten uit dit onderzoek waren positief en gaven aanleiding om het gebruik van batterijen in tunnels verder onder de loep te nemen. 

Stadsbatterij

In oktober 2023 hebben staatssecretaris Vivianne Heijnen, minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie, gedeputeerde Frank Rijkaart van de provincie Zuid-Holland, wethouder Arjen Kapteijns van de Gemeente Den Haag en Frans Deeleman van het Rijksvastgoedbedrijf een stadsbatterij in werking gesteld op de Rijnstraat 8 in Den Haag, naast het ministerie van IenW. De stadsbatterij vangt pieken op in het stroomnet. Tijdens daluren wordt de batterij opgeladen met elektriciteit en op drukke momenten komt een deel van de stroom van de stadsbatterij (in plaats van het stroomnet). De stadsbatterij kan ongeveer tweehonderd werkplekken een week lang van elektriciteit voorzien. Batterijen kunnen netcongestie zo verminderen en zelfs voorkomen. 

IenW is als bewoner van Rijkskantoor Rijnstraat 8 betrokken geweest bij de realisatie van de batterij. Met deze batterij worden experimenten gedaan om kennis op te doen over het opslaan van stroom in een druk stedelijk gebied. Van de opgedane kennis en ervaring kunnen ook anderen profiteren. 

Installatie stadsbatterij op de Rijnstraat 8 in Den Haag
Installatie stadsbatterij op de Rijnstraat 8 in Den Haag