Foto Aanbrengen laagtemperatuurasfalt op de A18

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) veroorzaakt indirect CO₂-uitstoot door het inkopen van werk dat opdrachtnemers leveren aan onze netwerken. Ook die uitstoot wil IenW zo snel en zo veel mogelijk verminderen. Daarnaast willen we in 2030 ook circulair werken. Hieronder rapporteren we over onze behaalde resultaten in de uitvoering van Rijkswaterstaat. 

Met onze infrastructuurprojecten stoten we als ministerie van IenW veel CO₂ uit. De jaarlijkse CO₂-voetafdruk van het werk aan de netwerken van Rijkswaterstaat werd in 2023 geschat op 800 kton (zie de pagina CO₂-Prestatieladder). Met het spoornetwerk van ProRail erbij komen we uit op zo'n 1Mton CO₂-uitstoot per jaar. We hebben én voelen de maatschappelijke plicht om ook in onze opdrachten duurzaam te werk te gaan. 

Circulariteit is de laatste jaren belangrijker geworden in de afwegingen die we maken. En het terugdringen van de CO₂-uitstoot is niet de enige reden om de beschikbare grondstoffen zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk te (her)gebruiken. De vraag naar grondstoffen wordt door de toenemende wereldbevolking en stijgende consumptie steeds groter, terwijl het aanbod van sommige grondstoffen schaarser wordt. Ook staat het gebruik van sommige grondstoffen onder druk als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. 

Hergebruik van liggers uit Ring Zuid bij Groningen in het viaduct in de A1 bij Hoog Burel
Hergebruik van liggers uit Ring Zuid bij Groningen in het viaduct in de A1 bij Hoog Burel

Doelstelling en aanpak

IenW heeft als organisatie de ambitie om uiterlijk in 2030 klimaatneutraal te zijn en circulair te werken. Deze ambitie is ook opgenomen in de strategie Klimaatneutrale en Circulaire infrastructuur (KCI). Voor deze strategie zijn op basis van een impactanalyse verschillende routes (transitiepaden) uitgewerkt voor de 5 werkterreinen van Rijkswaterstaat en ProRail die de meeste CO₂-uitstoot veroorzaken. Op de pagina over de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur lees je meer over deze werkterreinen. 

Met de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur werkt IenW aan klimaatneutrale doelstellingen – maar parallel ook met de CO₂-Prestatieladder als sturingsinstrument – met specifieke doelstellingen voor zowel de eigen organisatie (zie de pagina Emissies in de eigen organisatie) als voor de keten (zie de pagina CO₂-Prestatieladder). Voor het behalen van deze doelstellingen richten we ons op het reduceren van de eigen (keten-)emissies. 

De twee aanpakken (de CO₂-Prestatieladder en de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur) versterken elkaar: zo wordt de doelstelling voor reductie in de asfaltketen voor de CO₂-Prestatieladder grotendeels bewerkstelligd door maatregelen in het transitiepad ‘Wegverharding’ en de doelstelling voor CO₂-reductie in betonprojecten via het transitiepad ‘Kunstwerken’.  

De criteria en eisen per transitiepad 

Per transitiepad wordt er gewerkt met een pakket aan criteria en eisen aan de markt. Er wordt hierbij gewerkt vanuit de volgende driedeling: 

Eisen aan het peloton

De ondergrens voor de gehele markt. Dit zijn bijvoorbeeld bewezen duurzame technieken of werkwijzen die voldoende beschikbaar zijn op de markt. 

Criteria voor de koplopers

Ambitieuze criteria en eisen die alleen de koplopers kunnen aanbieden. Deze criteria kunnen (voorlopig) maar bij een deel van de marktopdrachten mee worden gegeven. Op termijn kunnen ze doorontwikkeld worden tot ‘pelotoneis’. 

Launching customer projecten

Duurzame technieken die nog in de innovatiefase zitten. Ze kunnen nog niet in concurrentie uitgevraagd worden, omdat er nog onvoldoende marktaanbod is.

'In 2023 zijn bij ongeveer 95% van de projecten duurzaamheidseisen gesteld'

Concrete resultaten 2023

De afgelopen jaren stonden vooral in het teken van voorbereiden. In 2023 kwam de focus langzaam maar zeker steeds meer op de uitvoering te liggen. In 2023 zijn bij ongeveer 95% van de projecten duurzaamheidseisen gesteld. We willen voor elk project gebruikmaken van de milieukostenindicator (MKI - zie de pagina CO₂-Prestatieladder) om duurzame resultaten te verkrijgen, tenzij het niet mogelijk is om met de MKI te werken. En we hebben voor elk transitiepad basiseisen geïmplementeerd en verankerd in onze standaarden, terwijl we de markt ook kunnen uitdagen met verschillende koploperaanpakken. 

We zien dat dit leidt tot mooie resultaten. Ook omdat de markt heel bereid is om mee te denken en mee te werken. En ook met eigen initiatieven komt. 

Transitiepad Kustlijnzorg en vaargeulonderhoud

Inkoopstrategie vastgesteld
Eind 2023 hebben we de inkoopstrategie voor het zoute vaargeulonderhoud vastgesteld. Hier is een marktconsultatie aan voorafgegaan, waarin marktpartijen de kans hebben gekregen om hun perspectief en uitdagingen te delen. We hebben de wensen en adviezen van de markt zoveel mogelijk verwerkt in de strategie. De strategie wordt in 2024 doorvertaald naar een koploper- en pelotonaanpak. Bij de pelotonaanpak gaat het om eisen ten aanzien van het verschonen van motoren door nabehandelingssystemen die stikstof en fijnstof afvangen en het geleidelijk overstappen naar duurzamere (bio)brandstoffen. In de koploperaanpak selecteren we een aantal projecten die óf nog strengere eisen meekrijgen óf innovatieve technologieën uittesten. 

Ook voor het zoete vaargeulonderhoud werken we samen met de markt aan een inkoopstrategie. We verwachten dat deze in 2024 wordt vastgesteld. 

Innovaties in de Kustlijnzorg 

In het traject Innovaties in de Kustlijnzorg is in 2023 verder gegaan met de doorontwikkeling van 2 innovaties die bijdragen aan de reductie van CO₂ en stikstof en aan kostenefficiëntie. Eén van deze innovaties is het ULEV-schip. Deze Ultra Low Emission Vessels moeten op 100% biobrandstof gaan varen en hebben een filtersysteem voor het afvangen van stikstof en fijnstof. Dit schip gaat in een project getest worden. De test richt zich vooral op het monitoren, het ‘meten aan de pijp’. 

Transitiepad Wegverharding

CIRCUROAD

Op basis van de roadmap Wegverharding zijn we in 2023 in gesprek gegaan met provincies, gemeenten en bedrijven om onze gezamenlijke impact zo groot mogelijk te maken. Ondertussen startten we in 2023 samen met deze partijen ook al enkele projecten. Zo werken we sinds dit jaar binnen CIRCUROAD met overheden, bedrijven en kennisinstellingen aan het vergroten van onze kennis van biobased bindmiddelen voor asfalt. Het doel van CIRCUROAD is om duurzame alternatieven voor bitumen in asfalt te ontwikkelen. Bitumen is namelijk een restproduct van de fossiele industrie, en gebruiken we daarom liever niet meer.   

Vanuit de Vakgroep Bitumineuze Werken (VBW) en Bouwend Nederland kwam daarnaast het initiatief om de productietemperatuur van asfalt te verlagen. Zo is er minder energie nodig om asfalt te verwerken, waardoor ook de uitstoot van CO₂ afneemt. Zij willen de Hot Mix (met een mengtemperatuur boven de 140 graden) vervangen door de Warm Mix (tussen de 100 en 140 graden). We zijn gezamenlijke werkgroepen gestart om te onderzoeken hoe we dit mogelijk kunnen maken en hoe we ervoor zorgen dat de kwaliteit van het asfalt hetzelfde blijft. 

Het aanbrengen van laagtemperatuurasfalt op de A18
Het aanbrengen van laagtemperatuurasfalt op de A18

Verjongingscrème  

In 2023 werd meer verjongingscrème aangebracht op snelwegen dan in 2022. We willen het gebruik van deze verjongingscrème, die de levensduur van asfalt verlengt en daarmee CO₂-uitstoot voorkomt en materiaalgebruik vermindert, als een standaardmaatregel invoeren bij het beheer van onze wegen. Dit gebeurt waarschijnlijk in 2024.  

Asphalt Recycling Train 

Met de Asphalt Recycling Train (ART) kunnen we sinds 2022 van bestaand asfalt ter plekke nieuw asfalt maken. Het asfalt wordt achtereenvolgens verwarmd, losgewoeld, gemengd en weer uitgespreid. Doordat de verwerking van het asfalt bij omgevingstemperatuur plaatsvindt, wordt veel CO₂ bespaard. Met de ART wordt 34-37% minder CO₂ uitgestoten (geschat op basis van een eerste levenscyclusanalyse) ten opzichte van een nieuwe laag conventioneel asfalt uit een asfaltcentrale. Daarnaast is er minder (primair) materiaal, transport én brandstof nodig. Nagenoeg alle materialen worden ter plekke hergebruikt. Uit onderzoek blijkt dat dit eindeloos herhaald kan worden, zonder dat de kwaliteit van het asfalt achteruit gaat. In 2024 gaan we de Asphalt Recycling Train volledig elektrificeren, zodat de machine zelf ook duurzaam wordt. Een bijkomend voordeel is dat we met de ART op termijn lagere onderhoudskosten én minder hinder door werkzaamheden verwachten. 

Transitiepad Weg-, dijk- en spoormaterieel

SEB-convenant 

In oktober 2023 ondertekenden we het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Omdat de ontwikkelingen voor dit transitiepad heel concreet zijn, konden we de eisen van SEB meteen implementeren in onze standaarden. 

De afspraken uit dit convenant hebben we met medeoverheden en de markt ook concreet vertaald naar inkoopeisen per materieelcategorie (klein, midden, zwaar en specialistisch materieel), inclusief het jaartal waarin dit type materieel emissieloos moeten zijn. Dit helpt marktpartijen bij het bepalen van hun investeringen voor de toekomst. 

Stijging gebruik elektrisch materieel 

Ondertussen zien we een stijging van het gebruik van elektrisch materieel bij onze projecten. Bij de projecten A24 Blankenburgverbinding, A16 Rotterdam, A1 Apeldoorn-Azelo, Kribverlagingen Pannerdensch Kanaal en het KRW-project Rivierhout is in 2023 elektrisch materieel ingezet. Bij de verbreding van de A1 Apeldoorn – Azelo worden bijvoorbeeld bijna alleen nog emissieloze machines ingezet. De aannemer maakt hierbij gebruik van een innovatief oplaadnetwerk, waarin het onder andere samenwerkt met bedrijven in de omgeving die nog een energie-aansluiting over hadden. 

De laadinfrastructuur is een groot knelpunt om onze ambities voor dit transitiepad waar te kunnen maken. GWW-projecten liggen meestal op afgelegen locaties zonder stroomvoorzieningen die berekend zijn op de hoge vermogens en oplaadbehoeften van het materieel. Daarom zijn we een landelijke taakgroep gestart, Laden op de Bouw, waarin we met de markt en andere opdrachtgevers knelpunten naar boven halen en agenderen. Rijkswaterstaat treedt op als voorzitter van deze taakgroep. 

Hergebruik van grond 

Door grond die vrijkomt bij een project te gebruiken op locatie in de regio, verwachten we te kunnen besparen op de inzet van materieel en daarmee dus ook op de uitstoot van emissies. Er lopen momenteel een aantal proefprojecten die deze uitspraak ondersteunen. Dit wordt komende periode nader onderzocht. Dit gebeurt onder andere in de praktijk in het project bij de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden. 

'Op verschillende plekken in Nederland hebben we proeftuinen waar we experimenteren met meer duurzame betonmengsels'

Transitiepad Kunstwerken

Verduurzamen van beton

Op verschillende plekken in Nederland hebben we proeftuinen waar we experimenteren met meer duurzame betonmengsels. Voor sommige van deze mengsels liggen de milieukosten wel 50% lager. De verwachting is dat we deze typen beton voor 2030 al kunnen gebruiken. Met name geopolymeermengsels worden op dit moment voor toepassing in de GWW gevalideerd. Door 10 projecten te monitoren die gebruikmaken van geopolymeermengsels, willen we objectieve en betrouwbare informatie verzamelen over de technische en duurzaamheidsprestaties van geopolymeerbeton in de praktijk. Bij de productie van dit type beton komt minder CO₂ vrij, omdat het traditionele cement wordt vervangen door een ander bindmiddel. Meer informatie over de resultaten van het toepassen van duurzamer beton staat op de pagina over de CO₂-Prestatieladder

Hergebruik 
De komende jaren kunnen we vooral CO₂ en materiaal besparen door onderdelen van kunstwerken te hergebruiken. We bekijken bijvoorbeeld de mogelijkheden voor het hergebruiken van betonnen liggers, geluidschermen en stalen damwanden. Het hergebruiken van geleiderails is sinds 2023 gestandaardiseerd. 

Het gedachtegoed dat een deel van ons materiaal herbruikbaar is, is inmiddels geland binnen onze organisatie. Niet alleen in de mindset. Voor geleiderails is dit inmiddels ook al vastgelegd in standaarden en contractspecificaties. Zo bevorderen we hergebruik van geleiderails door standaard een nette demontage uit te vragen. Maar het is nog lastig om de omschakeling te maken naar een circulair systeem. Dit vraagt om een andere bedrijfsvoering en een andere manier van budgetteren. Ook het matchen van vraag en aanbod is nog een uitdaging. Pilots helpen ons om een beter idee te krijgen hoe we dit aan kunnen pakken. 

Zo is er in 2023 een grote pilot opgestart voor het hergebruiken van liggers van de A9. We onderzoeken hierbij welke liggers we opnieuw in kunnen zetten. Een aantal liggers heeft inmiddels al een nieuwe bestemming gekregen. We bieden deze liggers niet alleen aan bij onze eigen projecten, ook andere partijen kunnen hier gebruik van maken. We verwachten zo'n 359 tot 423 van de ongeveer 1.000 liggers te kunnen hergebruiken. 

Liggers worden uit een brug op de A9 gehaald om opnieuw te worden gebruikt.
Liggers worden uit een viaduct op de A9 gehaald om opnieuw te worden gebruikt.

Herbruikbaarheidsscan 
In 2023 hebben we ook de methodiek voor een herbruikbaarheidsscan opgeleverd. De herbruikbaarheidsscan helpt om voor kunstwerken die gesloopt gaan worden te bepalen welke onderdelen potentie hebben voor hergebruik. We gaan de herbruikbaarheidsscan implementeren in ons assetmanagement, zodat we standaard informatie beschikbaar hebben over de herbruikbaarheid van onze kunstwerken en andere onderdelen van onze netwerken. Zo weten we van tevoren al wat herbruikbaar is en wat de kwaliteit en potentie van het materiaal is. Meer informatie over de herbruikbaarheidsscan lees je hier.